Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €350 opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 7 februari 2023 in Utrecht. De officier van justitie handhaafde de sanctie na administratief beroep, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier en de verklaring van de verbalisant duidelijk blijkt dat betrokkene het apparaat vasthield, ondanks ontkenning door de gemachtigde. Wel werd vastgesteld dat betrokkene ten onrechte niet werd gewezen op het recht op rechtsbijstand tijdens de staandehouding, wat een verzuim vormt.
Desondanks concludeerde de kantonrechter dat de procedure als geheel eerlijk was, omdat betrokkene na ontvangst van de beschikking rechtsbijstand inschakelde en geen gebruik maakte van de mogelijkheden om gehoord te worden. Wel werd de redelijke termijn overschreden, waardoor de sanctie met 25% werd gematigd tot €262,50. Tevens werd proceskostenvergoeding van €934 toegekend aan betrokkene.
De beslissing werd genomen door kantonrechter R. Mattemaker op 3 februari 2026 en is aan te vechten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.