Betrokkene kreeg twee administratieve sancties van €280,- opgelegd voor rechts inhalen op de A27 bij Eemnes op 10 augustus 2023. De officier van justitie handhaafde deze sancties, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 13 februari 2026 werd het beroep gezamenlijk behandeld en partijen konden hun standpunten toelichten.
De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant terecht van staandehouding afzag vanwege de omstandigheden: de overtredingen vonden plaats op een snelweg buiten de bebouwde kom, zonder stopmiddelen, en betrokkene reed circa 150 km/u. De gedragingen betroffen twee afzonderlijke handelingen rechts inhalen, geen voortgezette handeling, en vormden een serieus gevaar voor de verkeersveiligheid.
De kantonrechter stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden en matigde daarom de sancties met 25%. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend van €116,75 per zaak, rekening houdend met de wegingsfactor en samenhang van de zaken. De sancties werden verlaagd naar €157,50 per overtreding en de officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en vergoeding van proceskosten.