Eiseres diende op 14 januari 2025 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, maar deze werd afgewezen omdat de aanvraag na de uiterste datum van 31 december 2023 was ingediend. Eiseres voerde aan dat zij niet tijdig op de hoogte was van de hersteloperatie toeslagen vanwege haar verblijf in het buitenland en persoonlijke omstandigheden, waaronder een coma in december 2022.
De rechtbank oordeelde dat het niet op de hoogte zijn van de kinderopvangtoeslagaffaire en het feit dat eiseres in het buitenland woont, geen bijzondere omstandigheden zijn die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen. Ook de persoonlijke omstandigheden waren onvoldoende onderbouwd en er was geen bewijs van actuele, schrijnende omstandigheden zoals vereist door vaste jurisprudentie.
De rechtbank concludeerde dat de strikte toepassing van de aanmeldtermijn niet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard in deze zaak. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor Dienst Toeslagen de aanvraag niet hoefde te behandelen en eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding kreeg.