ECLI:NL:RBMNE:2026:551
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslistermijn overschreden bij bezwaar WIA, rechtbank stelt termijn en dwangsom vast
Eiser diende op 17 april 2025 een bezwaar in tegen een besluit van het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat onomstreden is en door verweerder zelf is erkend. De rechtbank stelt vast dat eiser een ingebrekestelling heeft gestuurd op 23 oktober 2025 en dat de wettelijke termijn van twee weken sindsdien is verstreken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de omstandigheden dat het UWV kampt met een tekort aan verzekeringsartsen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 467,- aan eiser, omdat eiser een professionele gemachtigde inschakelde, en tot vergoeding van het griffierecht van € 54,-. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier L. El Kabch op 19 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank stelt een beslistermijn van twee maanden en een dwangsom vast wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiser.