Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 maart 2026;
- de brief met bijlagen van de moeder, ontvangen op 30 maart 2026.
mr. F. Pool);
2.De feiten
De omgangen zijn teruggebracht naar 2 x 4 uur, te weten op woensdag middag van 15.00 uur tot 19.00 uur en zaterdag van 11.00 uur tot 15.00 uur. Hierbij is rekening gehouden met de activiteiten van [minderjarige] . Tijdens deze omgangen zijn de eerder gemaakte
3.Het verzoek
4.De standpunten
1 februari 2026 problemen had met de auto en dat [minderjarige] daardoor te laat terug was; op dat moment was er geen sprake van lachgasgebruik. Zij erkent dat zij op andere momenten wel ‘uitglijders’ in haar lachgasgebruik heeft gehad, maar zij is hier eerlijk over geweest en haar behandelaren van Jellinek geven aan dat zulke ‘uitglijders’ ook niet ongebruikelijk zijn. Het is, zo zegt de moeder, mogelijk om met een veiligheidsplan de contactmomenten vorm te geven, in plaats van deze momenten te beperken. Daar komt bij dat deze beperking voor onbepaalde tijd geldt. Om deze redenen verzoekt de moeder de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren.
5.De beoordeling
20 februari 2026 een schriftelijke aanwijzing in de zin van artikel 1:265f BW is, en daarmee een besluit in de zin van de Awb. De kinderrechter vindt dat dat zo is en legt hierna uit waarom.
6.De beslissing
mr. J. Mather als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.