ECLI:NL:GHDHA:2023:723
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vader niet-ontvankelijk in verzoek tot vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing GI
In deze zaak is de vader in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die hem niet-ontvankelijk verklaarde in zijn verzoek tot vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI). De GI had een e-mail gestuurd met een lunchschema voor de minderjarige, ter verduidelijking van een eerder vastgestelde zorgregeling.
Het hof oordeelt dat niet elke e-mail van een GI automatisch een schriftelijke aanwijzing is. De inhoud en het karakter van het bericht zijn bepalend. De e-mail van 14 september 2022 had geen directief karakter en was bedoeld als praktische verduidelijking van de zorgregeling nu de minderjarige naar school ging. Er was geen sprake van onvoldoende medewerking van de ouders of een concrete bedreiging in de ontwikkeling van het kind die een schriftelijke aanwijzing zou rechtvaardigen.
De vader stelde dat de e-mail hem beperkte in de omgang met zijn dochter, maar het hof constateerde dat volgens de toen geldende zorgregeling de moeder op de betreffende dagen zorg had en het overblijven op school voortkwam uit praktische redenen. Er was dus geen beperking van omgang die een schriftelijke aanwijzing rechtvaardigde.
Daarom is de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vervallenverklaring van de e-mail als schriftelijke aanwijzing. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling.