Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. B.C. Niks;
- de advocaat van de verdachte: mr. S.B.M.A. Engelen (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Procesafspraken
- de verdachte geen onderzoekswensen indient en geen bewijsverweren voert, waarbij de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
- de verdachte afstand doet van het volgende (conservatoire) beslag ter voorkoming van een ontnemingsprocedure:
- het Openbaar Ministerie op de zitting de rechtbank zal vragen om een bewezenverklaring van feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3, zoals overeengekomen en een strafoplegging zal vorderen van 240 uur taakstraf onvoorwaardelijk en 8 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met aftrek van voorarrest;
- het Openbaar Ministerie de direct opeisbare belastingschuld van de verdachte en de rente hierover verrekent met het beslag dat het Openbaar Ministerie onder de verdachte heeft gelegd, door het in beslag genomen geld ter hoogte van het bedrag dat in de (later vast te stellen) vaststellingsovereenkomst tussen verdachte en de Belastingdienst wordt opgenomen vrij te geven ten gunste van de Belastingdienst. Dit bedrag bedraagt naar verwachting ongeveer € 1.200.000,-;
- het Openbaar Ministerie het conservatoire beslag op de woning aan de [adres 1] , [postcode 1] [plaats] van de verdachte op zal heffen en rekwireert tot teruggave van de woning aan de verdachte;
- het Openbaar Ministerie en de verdachte afzien van hoger beroep als de strafoplegging door de rechtbank conform de afspraken plaatsvindt.
4.Bewijs
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf
- een gevangenisstraf van 8 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar;
- een taakstraf van 180 uur, met aftrek van het voorarrest, te vervangen door 90 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
7.In beslag genomen voorwerpen
8.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 en 420bis1 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 40 van Pro de Geneesmiddelenwet;
- artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.
9.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 subsidiair, feit 2 primair en feit 3 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
een gevangenisstraf van 8 maanden;
gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 1 (één) jaarvast;
een taakstraf van 180 uren;
- twee telefoons (402547 en 402548);
- een computer (402585);
- een simkaart (402603).