ECLI:NL:RBMNE:2026:3998
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op overname private schuld in kader Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, een gedupeerde ouder in de kinderopvangtoeslagenaffaire, verzocht de minister om overname van vier private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister nam slechts één schuld over en wees de schuld bij ABN AMRO Bank N.V. van €43.458,40 af omdat deze niet voldeed aan de voorwaarde dat de schuld vóór 1 juni 2021 opeisbaar moest zijn.
Eiseres betwistte dit en stelde dat de schuld wel degelijk binnen de referteperiode opeisbaar was, onderbouwd met correspondentie van de bank over betalingsachterstanden en BKR-registraties. De rechtbank oordeelde echter dat de bank nooit vóór 1 juni 2021 het volledige bedrag had opgeëist, zoals vereist volgens de kredietvoorwaarden, en dat daarmee geen opeisbare schuld bestond in die periode.
Verder voerde eiseres aan dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van andere gedupeerden en dat het besluit onevenredig zwaar was. De rechtbank verwierp deze gronden wegens gebrek aan concrete vergelijkingsgevallen en omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor de opeisbaarheidsvoorwaarde. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat eiseres onvoldoende inzicht gaf in haar actuele financiële situatie om een schrijnende situatie aan te tonen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af en bevestigde dat alleen schulden die vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren, voor overname in aanmerking komen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat de schuld niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar was en het beroep op de hardheidsclausule onvoldoende is onderbouwd.