ECLI:NL:RBMNE:2026:3948

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/1621
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage WIA met herstel motiveringsgebrek

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit waarin zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 26 mei 2024 op 60,34% is vastgesteld. De rechtbank heeft op 9 februari 2026 een tussenuitspraak gedaan waarin een motiveringsgebrek werd vastgesteld en het UWV werd opgedragen dit te herstellen.

Het UWV heeft vervolgens aanvullende verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige rapporten overgelegd, waarin werd toegelicht waarom de functies 'Lader, losser' en 'Bezorger pakketten (auto)' geschikt zijn voor eiser. Eiser voerde aan dat de ernst van zijn pijnklachten onvoldoende werd meegewogen en dat de jurisprudentie waarop het UWV zich baseerde niet van toepassing zou zijn.

De rechtbank oordeelt dat er geen aanleiding is af te wijken van de eerdere medische beoordeling en dat het motiveringsgebrek is hersteld. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Lelystad
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1621

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. G.J.A.M. Gloudi),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: W.A. Postma).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het Uwv waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage per 26 mei 2024 is vastgesteld op 60,34%.
1.1.
Op 9 februari 2026 heeft de rechtbank in deze zaak een tussenuitspraak gedaan [1] . Voor het procesverloop tot dat moment verwijst de rechtbank naar die uitspraak.
1.2.
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde motiveringsgebrek in het bestreden besluit van 19 februari 2025 te herstellen.
1.3.
Het Uwv heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige motivering ingediend. Eiser heeft hierop een schriftelijke zienswijze gegeven.
1.4.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 28 april 2026 gesloten.

Overwegingen

2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. Verder heeft de rechtbank in de tussenuitspraak geconstateerd dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de functie ‘Lader, losser’ geschikt is voor eiser, gelet op het feit dat knijpen en grijpen zijn pijnklachten provoceren. Ook ten aanzien van de functie ‘Bezorger pakketten (auto)’ heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onvoldoende gemotiveerd waarom deze functie geschikt is voor eiser, omdat het zijn belastbaarheid ten aanzien van de toelichting bij beroepsmatig vervoer overschrijdt.
2.1.
De rechtbank blijft bij alles wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.
Herstelpoging van het Uwv
3. Het Uwv heeft als aanvullende motivering een verzekeringsgeneeskundig rapport van 9 maart 2026 en een arbeidskundig rapport van 9 maart 2026 overgelegd. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gevraagd te motiveren waarom de functie ‘Lader, losser’ geschikt is voor eiser.
3.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft ten aanzien van de signaleringen bij ‘pengreep’ en ‘knijp-/grijpkracht’ in het rapport van 9 maart 2026 uiteengezet dat bij het hanteren van een pen, of het tillen van pakketten van 3 kg in feite geen maximale kracht wordt uitgeoefend, zodat – de rechtbank begrijpt – geen pijnklachten worden geprovoceerd en geen sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 9 maart 2026 uiteengezet dat gelet daarop er geen medische reden is om de functie van ‘Lader, losser’ te verwerpen.
3.2.
Ten aanzien van de functie ‘Bezorger pakketten (auto)’ heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 19 september 2006 [2] toegelicht dat het aanbrengen van een automaat in een handgeschakelde auto of personenbusje in alle redelijkheid van een werkgever kan worden gevraagd wanneer het gaat om geduide functies en de functie dus geschikt is voor eiser.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiser voert aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening houdt met de ernst van de pijnklachten van eiser. De uitzichtloosheid van de chronische pijnklachten heeft volgens eiser bijgedragen aan de ernstige depressieve klachten en suïcidale gevoelens die bij eiser zijn ontwikkeld. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst eiser naar de medische informatie van het [medische instelling] van 23 oktober 2025. Ten aanzien van de arbeidskundige beoordeling stelt eiser zich op het standpunt dat de uitspraak van de CRvB waar het Uwv naar verwijst niet ziet op de Wet WIA, maar een andere wettelijke regeling en daarom hier niet van toepassing is.
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een uitzonderlijk geval om ten aanzien van de medische beoordeling af te wijken van hetgeen is geoordeeld in de tussenuitspraak. De rechtbank blijft daarom bij het oordeel dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. De beroepsgrond van eiser slaagt dus niet.
4.2.
Verder volgt de rechtbank de motivering van het Uwv dat het aanbrengen van een automaat in een handgeschakelde auto of personenbusje van een werkgever mag worden gevraagd in het geval van een geduide functie. De rechtbank vindt daarvoor ook bevestiging in de uitspraak van de CRvB van 21 oktober 2021 [3] , waarin een soortgelijke overweging is genomen in een WIA-zaak. De beroepsgrond van eiser gaat gelet daarop dan ook niet op.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (mede gelet op de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep) voldoende gemotiveerd waarom de functies ‘Lader, losser’ en ‘Bezorger pakketten (auto)’ geschikt zijn voor eiser. Dit betekent dat het motiveringsgebrek is hersteld.

Conclusie en gevolgen

5. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Omdat het Uwv in zijn reactie op de tussenuitspraak het gebrek heeft hersteld, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
5.1.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Het Uwv moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2,5 punten op (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus met een waarde per punt van € 934,-), bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 2.335,-. Het Uwv dient ook het door hem betaalde griffierecht te vergoeden aan eiser.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.