Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende bezwaar in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 17 september 2024. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat door verweerder zelf is erkend. Eiser stuurde een ingebrekestelling op 1 juli 2025 en stelde vervolgens op 23 april 2026 beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, stelt de rechtbank een beslistermijn van twee maanden na verzending van de uitspraak vast. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €467 toegekend, omdat hij een professionele gemachtigde inschakelde. Ook moet verweerder het griffierecht van €54 aan eiser vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.