Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 3 maart 2025 en verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Nadat eiseres een ingebrekestelling stuurde, bleef verweerder in gebreke. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 25 september 2025 ontving en sindsdien de wettelijke termijn is verstreken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een beslissing moet nemen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank deze termijn passend, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard, waardoor eiseres recht heeft op vergoeding van proceskosten. Omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde en de zaak alleen over de termijn ging, wordt een lager bedrag van € 467,- toegekend. Tevens moet verweerder het griffierecht van € 54,- aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een beslistermijn van twee maanden op, en bepaalt een dwangsom en proceskostenvergoeding aan eiseres.