Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende bezwaar in tegen een besluit van 18 september 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en stelde beroep in omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar had beslist. Verweerder erkende de overschrijding en ontving een ingebrekestelling op 1 mei 2026. Hoewel het beroep aanvankelijk te vroeg werd ingediend, verklaarde de rechtbank het beroep ontvankelijk omdat de beslistermijn inmiddels was verstreken.
De rechtbank bepaalde dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en de omstandigheden stelde de rechtbank deze termijn vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 54,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiser, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Wolbrink op 12 juni 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een beslistermijn van twee maanden op met een dwangsom bij overschrijding.