Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft op 2 maart 2025 een verzoek ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat aanleiding gaf tot een ingebrekestelling op 18 november 2025. Nadat twee weken waren verstreken zonder beslissing, stelde eiser op 9 april 2026 beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder inderdaad te laat is met het nemen van een besluit en dat het beroep gegrond is. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, stelt de rechtbank een beslistermijn van twee maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht van € 54,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiser, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.