Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 29 oktober 2025, met 4 producties
- de akte van [gedaagde] van 9 april 2026, met 3 producties,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De fondsenwerver [eiseres] vordert betaling van commissievergoedingen van de goededoelenorganisatie [gedaagde] over de jaren 2019 tot en met 2022. De vergoeding is gebaseerd op samenwerkingsovereenkomsten waarbij [eiseres] recht heeft op een percentage van de donaties die door haar fondsenwervingsactiviteiten zijn gegenereerd.
De rechtbank constateert dat de procedure slecht is gevoerd en dat de onderbouwing van de facturen over 2020, 2021 en 2022 onduidelijk is. Voor de jaren 2019 tot en met 2021 wijst de rechtbank de vordering af wegens rechtsverwerking, omdat [eiseres] te laat heeft geklaagd en zich zodanig heeft gedragen dat [gedaagde] erop mocht vertrouwen dat de vergoeding was voldaan.
Voor 2022 wordt de vordering toegewezen omdat [eiseres] voldoende heeft gesteld en bewezen dat zij werkzaamheden heeft verricht die hebben geleid tot donaties, en de samenwerkingsovereenkomst voor dat jaar rechtsgeldig is bekrachtigd. Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering commissievergoeding over 2019-2021 afgewezen wegens rechtsverwerking, vergoeding over 2022 toegewezen met rente en incassokosten.