ECLI:NL:RBMNE:2026:2870
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening en onjuiste wrakingsgrond
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de gehele wrakingskamer en specifieke bestuursrechters, waaronder de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke hoofdzaak. Het verzoek richtte zich onder meer op het toestaan van een te laat ingediend verweerschrift, wat volgens verzoeker misbruik van procesrecht inhoudt.
De wrakingskamer stelde het verzoek buiten behandeling omdat het niet voldeed aan de eisen van artikel 2.1.1 van het wrakingsprotocol en omdat het verzoek algemeen was geformuleerd zonder concrete feiten die onpartijdigheid aantonen. Daarnaast was het wrakingsverzoek bijna zes weken na de zitting ingediend, wat volgens de Awb te laat is.
Verzoekers argumenten over de toepassing van artikel 6:22 Awb Pro en de werkwijze van bestuursrechters werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de niet-ontvankelijkheid. Ook het wraken van andere rechters en griffiers werd afgewezen omdat alleen de behandelend rechter kan worden gewraakt en griffiers niet.
De wrakingskamer besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en de procedure in de hoofdzaak voort te zetten zoals die was opgeschort vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en onvoldoende onderbouwing.