Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2815

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
UTR 25/5670
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 35 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening zonder verontschuldiging

Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van 15 mei 2024, maar diende het bezwaarschrift pas op 23 juni 2025 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Verweerder verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. Eiseres voerde psychische klachten aan als reden voor de vertraging en overhandigde een brief van haar huisarts ter onderbouwing.

De rechtbank oordeelde dat de brief onvoldoende bewijs leverde van bijzondere persoonlijke omstandigheden die het te laat indienen verontschuldigden. De klachten betroffen een periode tot maart 2022 en er was geen indicatie dat deze de bezwaartermijn beïnvloedden. Bovendien was de termijnoverschrijding van bijna een jaar aanzienlijk.

Daarom bleef het bezwaar niet-ontvankelijk en werd het beroep ongegrond verklaard. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 22 mei 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift bijna een jaar te laat is ingediend zonder geldige verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5670

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van verweerder van 21 augustus 2025.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. Verweerder heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na die van de dagtekening van het besluit, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking. [2] Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3]
3.1.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [4]
3.2.
De termijnoverschrijding is volgens rechtspraak verschoonbaar wanneer deze de indiener vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden niet kan worden toegerekend, en het bezwaarschrift is ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd. Bij bijzondere omstandigheden kan het gaan om persoonlijke omstandigheden (bijvoorbeeld psychisch onvermogen, ernstige ziekte, ongeval van de indiener, ziekte of overlijden van iemands naasten) of externe omstandigheden. Bij de beoordeling van een beroep op bijzondere omstandigheden die de betrokkene betreffen, wordt een op het individuele geval gerichte, contextuele benadering gevolgd. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval in hun samenhang worden bezien. Als er bijzondere omstandigheden zijn, moet de betrokkene minder snel worden tegengeworpen dat deze zaken had kunnen organiseren om termijnoverschrijding te voorkomen. [5]
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat het besluit waartegen bezwaar is gemaakt, is gedagtekend op 15 mei 2024. Er zijn geen aanknopingspunten voor de conclusie dat het besluit later dan die datum is bekendgemaakt, zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op 26 juni 2024.
4.1.
Het bezwaarschrift van 23 juni 2025 is op diezelfde dag door verweerder ontvangen. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Eiseres voert aan dat zij al jaren psychische klachten heeft. Vanwege deze klachten heeft zij niet tijdig bezwaar kunnen maken. Ter onderbouwing heeft zij een brief van haar huisarts overgelegd van 16 juli 2025 waarin haar medische geschiedenis staat.
5.1.
De rechtbank vindt de reden die eiseres noemt geen verontschuldiging voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. Het is de rechtbank niet gebleken van zodanige bijzondere persoonlijke omstandigheden dat van eiseres niet kon worden verlangd om tijdig bezwaar te maken. De door eiseres ingediende brief van de huisarts biedt hiervoor onvoldoende aanknopingspunten. In de brief staat een overzicht van de klachten waarvoor eiseres naar de huisarts of praktijkondersteuner is geweest. In de brief staat niet dat zij onder behandeling stond voor deze klachten of welke gevolgen deze klachten hadden voor haar mentale gesteldheid. Verder heeft het overzicht betrekking op de periode september 2007 tot en met maart 2022. Het overzicht vermeldt niets over de periode van de bezwaartermijn of daarna. Tot slot merkt de rechtbank op dat het hier niet gaat om een geringe termijnoverschrijding, maar een termijnoverschrijding van bijna een jaar. De rechtbank is daarom van oordeel dat het te laat indienen van het bezwaarschrift niet verontschuldigbaar is.

Conclusie en gevolgen

6. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 35 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
3.Dit staat in artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Dit staat in artikel 6:11 van Pro de Awb.
5.Zie de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 31 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31) en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1406).