Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
3.
[eiseres sub 3],
1.De procedure
2.Waar gaat de zaak over?
3.De beoordeling
een bedrag van € 1.000 betalen. Daarvoor moeten zij dan, zo stelt u, de geldmiddelen hebben. U hebt mij ook gezegd, dat de kinderen hun erfdeel berekend in uw nalatenschap al deels uitgekeerd krijgen door de beschikbare banktegoeden, zeg maar liquide middelen, meteen ter hunner beschikking te stellen, als vooruitbetaling op hun erfdeel.”
“De gelden zijn op de beleggingsrekening blijven staan in afwachting van andere beleggingsmogelijkheden. In de periode daarna heeft[voornaam erflater]
nog bij een aantal andere vermogensbeheerders geïnformeerd naar beleggingsmogelijkheden.”en
“In elk geval zou het tegen de wil van[voornaam erflater]
zijn om het saldo van de beleggingsrekening thans te verdelen onder de erfgenamen.”
directliquide zijn en daarmee alleen de bedragen op zijn betaalrekeningen, zoals [gedaagde] zegt, zijn niet gebleken. In de hiervoor genoemde e-mail van de notaris is op te maken dat destijds is gesproken over beschikbare banktegoeden oftewel liquide middelen. Het woord direct komt daarin niet voor. De (kandidaat-)notaris heeft in haar e-mail van 18 juni 2024 weliswaar geschreven dat zij het standpunt deelt dat de beleggingsrekening in zijn geheel als belegging moet worden gezien en in casu niet onder de banktegoeden valt, maar daaruit valt niet op te maken dat zij dat met erflater heeft besproken en dat hij dat zo heeft bedoeld. Uit wat de heer [A] volgens [gedaagde] heeft verklaard, valt ook niet af te leiden dat hij van erflater zelf heeft vernomen dat het tegen zijn wil zou zijn om het saldo van de beleggingsrekening al te verdelen onder de erfgenamen.
4.De beslissing
nog geenverdeling heeft plaatsgevonden op grond van art. 4 van Pro het testament van wijlen de heer [erflater] : [gedaagde] in haar hoedanigheid van executeur althans in haar hoedanigheid van afwikkelingsbewindvoerder te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen andere termijn, aan ieder van de kinderen een voorschot te voldoen van € 198.000, dan wel een in goede justitie te bepalen ander bedrag, op de geldvordering van het betreffende kind uit hoofde van art. 4 van Pro het testament van wijlen de heer [erflater] , te vermeerderen
wel reeds verdelingheeft plaatsgevonden op grond van art. 4 van Pro het testament van wijlen de heer [erflater] : [gedaagde] in haar eigen hoedanigheid te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen andere termijn, aan ieder van de kinderen een voorschot te voldoen van € 198.000, dan wel een in goede justitie te bepalen ander bedrag, op de geldvordering van het betreffende kind uit hoofde van art. 4 van Pro het testament van wijlen de heer [erflater] , te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 18 januari 2025, althans
door [gedaagde] in haar eigen hoedanigheidvan een dwangsom van € 1.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;
nog geen verdelingheeft plaatsgevonden op grond van art. 4 van Pro het testament van wijlen de heer [erflater] : [gedaagde] in haar hoedanigheid van executeur althans in haar hoedanigheid van afwikkelingsbewindvoerder te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen andere termijn, aan ieder van de kinderen een bedrag te voldoen van € 31.775,70, dan wel een in goede justitie te bepalen ander bedrag, in verband met het over de jaren 2023 en 2024 door de vastgoedmaatschappijen (VSN) uitgekeerde rendement, te vermeerderen met de wettelijke rente over het te bepalen bedrag vanaf 1 februari 2026, althans vanaf een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de datum van algehele voldoening;
wel verdelingheeft plaatsgevonden op grond van art. 4 van Pro het testament van wijlen de heer [erflater] : [gedaagde] in haar eigen hoedanigheid te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen andere termijn, aan ieder van de kinderen een bedrag te voldoen van € 31.775,70, dan wel een in goede justitie te bepalen ander bedrag, in verband met het over de jaren 2023 en 2024 door de vastgoedmaatschappijen (VSN) uitgekeerde rendement, te vermeerderen met de wettelijke rente over het te bepalen bedrag vanaf 1 februari 2026, althans vanaf een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de datum van algehele voldoening;
nog geenverdeling heeft plaatsgevonden op grond van art. 4 van Pro het testament van wijlen de heer [erflater] : [gedaagde] in haar hoedanigheid van executeur althans in haar hoedanigheid van afwikkelingsbewindvoerder te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen andere termijn, aan ieder van de kinderen het op grond van e) vast te stellen bedrag te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente over het te bepalen bedrag vanaf 1 februari 2026, althans vanaf een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen andere datum, tot de
wel verdelingheeft plaatsgevonden op grond van art. 4 van Pro het testament van wijlen de heer [erflater] : [gedaagde] in haar eigen hoedanigheid te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen andere termijn, aan ieder van de kinderen het op grond van e) vast te stellen bedrag te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente over het te bepalen bedrag vanaf 1 februari 2026, althans vanaf een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen andere datum, tot de datum van algehele voldoening;
door [gedaagde] in haar eigen hoedanigheidvan een dwangsom van € 1.000 per dag of dagdeel dat zij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 100.000 en met bepaling dat het in deze te wijzen vonnis in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring of handtekening van [gedaagde] in de akte van verdeling in bovengenoemde zin, indien zij binnen 114 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis nog niet aan het vonnis heeft voldaan;