ECLI:NL:RBMNE:2026:2758
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing van inbewaringstelling bestuurder in faillissement onder voorwaarden
De rechtbank Midden-Nederland behandelt het verzoek van de bestuurder [A] van een gefailleerde BV om opheffing of schorsing van zijn inbewaringstelling. [A] is sinds 3 april 2026 in verzekerde bewaring gesteld op grond van een bevel van 29 juli 2025, vanwege het niet aanleveren van administratie die nodig is voor de faillissementsafwikkeling.
[A] voert aan dat hij de administratie niet kan aanleveren zolang hij gedetineerd is en dat zijn broer inmiddels delen van de administratie heeft gevonden en aan de curator heeft gestuurd. Tevens stelt zijn raadsman dat [A] verslaafd is aan harddrugs en psychische problemen heeft, en vreest hij geen afscheid te kunnen nemen van zijn terminaal zieke vader.
De curator steunt het verzoek niet omdat nog niet alle administratie is ontvangen en [A] onvoldoende heeft meegewerkt. De rechter-commissaris adviseert voortduring van de inbewaringstelling, met de voorwaarde dat verstrekte inlichtingen alleen voor het faillissement worden gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat de inbewaringstelling proportioneel is, maar gelet op de gedeeltelijke aanlevering van administratie en de omstandigheden van [A], wordt de inbewaringstelling geschorst tot 28 april 2026 onder strikte voorwaarden. [A] wordt onmiddellijk vrijgelaten en moet zich melden bij de politie, medewerking verlenen aan de curator en zijn paspoort inleveren. De rechtbank stelt een termijn voor nader onderzoek naar opheffing of verlenging van de inbewaringstelling.
Uitkomst: De rechtbank schorst de inbewaringstelling van de bestuurder onder voorwaarden tot 28 april 2026 zodat hij de resterende administratie kan aanleveren.