Eiseres, de Willibrord Stichting, heeft een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het UWV op 18 december 2025. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat onomstreden is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 19 februari 2026 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiseres op 16 maart 2026 beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat het UWV een dwangsom verschuldigd is wegens de overschrijding van de beslistermijn, en bepaalt deze op het maximale bedrag van €1.442,- voor 42 dagen. Omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen, legt de rechtbank een termijn van vier maanden op waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen, gelet op de door verweerder aangevoerde omstandigheden zoals het tekort aan verzekeringsartsen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de nieuwe termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €397,- en proceskosten van €467,- aan eiseres. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.