Eiseres, de Willibrord Stichting, heeft op 21 juli 2025 een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat onomstreden is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 4 februari 2026 en het verstrijken van de wettelijke termijn, stelde eiseres op 24 maart 2026 beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat het UWV een dwangsom verschuldigd is wegens de overschrijding van de beslistermijn, en bepaalt deze op het maximale bedrag van €1.442,- voor 42 dagen overschrijding. Omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier maanden op, aansluitend bij eerdere jurisprudentie en rekening houdend met het tekort aan verzekeringsartsen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot betaling van een dwangsom van €100,- per dag voor elke dag dat de nieuwe termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-. Tevens moet het UWV het griffierecht van €397,- en proceskosten van €467,- aan eiseres vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.