ECLI:NL:RBMNE:2026:2606
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling UWV
Eiser heeft op 23 mei 2024 een verzoek om herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat ook door verweerder wordt erkend. Eiser heeft vervolgens een ingebrekestelling gestuurd op 10 januari 2025, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. Op 5 maart 2026 stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, stelt de rechtbank een beslistermijn van twee maanden na verzending van de uitspraak vast. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, omdat hij een professionele gemachtigde inschakelde, en wordt het griffierecht van € 54,- aan eiser vergoed. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twee maanden en een dwangsom op voor het niet tijdig beslissen door het UWV.