Eiseres, Brilmij Groep B.V., heeft op 14 mei 2025 een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat onomstreden is en door verweerder zelf erkend wordt. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 4 november 2025 verstreken twee weken zonder beslissing, waarna eiseres op 12 februari 2026 beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, bepaalt de rechtbank een beslistermijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht van € 397,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.