Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 t/m 19;
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
vanaf 2017chauffeurswerkzaamheden voor [plaats] heeft verricht. Vervolgens stelt hij dat hij al voor
17 augustus 2017chauffeurswerkzaamheden voor [plaats] heeft verricht. En tot slot stelt hij dat hij al
voor 2017chauffeurswerkzaamheden voor [plaats] verrichte. Het voorgaande leidt voor de rechtbank tot de conclusie dat [eiser] pas vanaf 28 augustus werkzaamheden voor [plaats] is gaan verrichten. Deze argumenten zijn naar het oordeel van de rechtbank mede doorslaggevend voor de conclusie dat de overeenkomst valselijk is opgemaakt. Als [eiser] voor 28 augustus 2017 namelijk geen chauffeurswerkzaamheden voor [plaats] heeft verricht, is het onaannemelijk dat [plaats] de overeenkomst op 1 augustus 2017 is aangegaan. Dat zou namelijk betekenen dat zij met een voor haar onbekende chauffeur een overeenkomst zou aangaan met een contractduur van 10,5 jaar, een minimale beschikbaarheid van 30 weken per jaar en 45 uur per week. Dit is niet aannemelijk.
De duur van de samenwerkingsrelatie tussen partijen