ECLI:NL:RBMNE:2026:2111
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek om herbeoordeling WIA-aanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat dit bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van een WIA-aanvraag. De rechtbank stelt vast dat het UWV de aanvraag op 17 september 2025 ontving en dat het niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Eiseres stuurde een ingebrekestelling op 20 november 2025, waarna het UWV nog twee weken had om te beslissen, maar dit niet deed.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een termijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van € 15.000,-.
Verder veroordeelt de rechtbank het UWV tot betaling van de proceskosten van € 467,- aan eiseres, omdat zij een professionele juridische hulpverlener inschakelde, en tot vergoeding van het griffierecht van € 397,-. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier L. El Kabch op 28 april 2026.
Uitkomst: Het UWV moet binnen vier maanden alsnog beslissen op het verzoek om herbeoordeling en betaalt een dwangsom en proceskosten aan eiseres.