Eiseres, ASR Re-integratie B.V., heeft een verzoek tot herbeoordeling van een WIA-aanvraag ingediend op 7 juli 2025. Verweerder, de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft niet tijdig op dit verzoek beslist. Eiseres heeft vervolgens een ingebrekestelling gestuurd, waarna zij op 2 februari 2026 beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 13 oktober 2025 ontving en sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Verweerder gaf aan dat een tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakte. De rechtbank verlengt daarom de beslistermijn naar vier maanden, aansluitend bij eerdere jurisprudentie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslissing langer uitblijft, met een maximum van €15.000. Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen. Verweerder moet tevens het griffierecht van €397 aan eiseres vergoeden. Een verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de gemachtigde in dienst is van eiseres zelf en er geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.