Belanghebbende, een advocaat met een eigen kantoor, werd geconfronteerd met een informatiebeschikking van de Inspecteur voor belastingaanslagen over de jaren 2008 tot en met 2010. Tijdens de procedures werd hij bijgestaan door zijn kantoorgenoten, die als werknemers van zijn kantoor fungeerden.
Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde de informatiebeschikking voor het jaar 2010, maar wees een vergoeding van proceskosten af omdat de bijstand niet door een derde, maar door eigen medewerkers was verleend. Belanghebbende stelde dat dit oordeel onjuist was.
De Hoge Raad bevestigde dat een werknemer die rechtsbijstand verleent aan zijn werkgever in de regel niet als derde wordt beschouwd in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit geldt ook voor advocaten die als werknemer optreden. De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en verklaarde het ongegrond, waarmee het oordeel van het Hof standhield.