Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vanwege het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen een WIA-besluit van 30 augustus 2024. Eiser had op 5 september 2024 bezwaar gemaakt en een ingebrekestelling gestuurd op 3 april 2025. Verweerder erkende de overschrijding.
De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank deze termijn passend, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €54 en een proceskostenvergoeding van €467 aan eiser, vanwege de inschakeling van juridische hulp. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsom op voor het alsnog beslissen op het bezwaar.