Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft op 31 augustus 2025 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Verweerder, de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), heeft niet tijdig op dit verzoek beslist. Eiser heeft vervolgens op 29 december 2025 beroep ingesteld nadat hij op 4 november 2025 een ingebrekestelling had gestuurd.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling heeft ontvangen en sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Verweerder heeft als reden opgegeven dat een tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt. De rechtbank bepaalt daarom een redelijke beslistermijn van twee maanden na verzending van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en verweerder wordt verplicht het griffierecht van € 53,- aan eiser te vergoeden. Er worden geen overige proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.