Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1799

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
UTR 26/1321
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:17 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen bezwaar kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 30 januari 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 2 juli 2025 alsnog een beslissing genomen op het bezwaar, welke beslissing naar eiseres is verzonden maar niet aan haar gemachtigde.

De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen pas kan worden ingesteld nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. Omdat verweerder inmiddels een beslissing heeft genomen en eiseres hiervan op de hoogte was, ontbreekt het aan een actueel procesbelang.

De rechtbank wijst erop dat de procedurele bescherming van de gemachtigde niet gelijk staat aan de strekking van de bepalingen over tijdig beslissen. Het feit dat de gemachtigde de beslissing niet ontving, doet niet af aan het feit dat eiseres bekend was met het besluit.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/1321

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 30 januari 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft op 2 juli 2025 een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres.
Verweerder heeft bij brief van 27 februari 2026 een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift.
Op 13 maart 2026 heeft verweerder een gewijzigd verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
3. In dit geval heeft verweerder in het verweerschrift gemeld dat hij op 2 juli 2025 een beslissing op het bezwaar van eiseres heeft genomen. Dit besluit is naar eiseres verzonden, maar niet naar de gemachtigde van eiseres. In een e-mailbericht van 9 maart 2026 heeft de gemachtigde van eiseres dit niet betwist.
4. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij brief van 12 februari 2026 beroep heeft ingesteld. Dat betekent dat het beroep is ingesteld nadat de beslissing op bezwaar is genomen. Artikel 6:17 van Pro de Awb bepaalt dat, indien iemand zich laat vertegenwoordigen, het orgaan dat bevoegd is te beslissen de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde zendt. Dit artikel strekt tot bescherming van de procedurele belangen van een betrokkene. Dat is van een andere orde dan de strekking van de bepalingen inzake het tijdig beslissen, die zien op zekerheid omtrent de inhoudelijke positie van een betrokkene tegenover het bestuursorgaan. [4] Voor de mogelijkheid om een beroep wegens niet tijdig beslissen in te stellen, is niet van belang of het besluit op de juiste wijze bekend is gemaakt maar slechts of de aanvrager bekend is met het genomen besluit.
5. Gelet op het voorgaande heeft eiseres geen procesbelang meer bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar. Voor een vergoeding van het griffierecht en de proceskosten is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding. [5]
6. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.
de griffier is verhinderd om deze
uitspraak mede te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4.Vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:969.