ECLI:NL:RBMNE:2026:1717
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek om herbeoordeling WIA
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat dit bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van haar WIA-uitkering. De aanvraag werd ontvangen op 22 april 2024, maar het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen. Eiseres stuurde een ingebrekestelling op 22 augustus 2025, waarna zij op 18 februari 2026 beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat het UWV in gebreke is gebleven en bepaalt dat het alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. De rechtbank houdt rekening met het door het UWV aangevoerde tekort aan verzekeringsartsen en sluit aan bij eerdere jurisprudentie om een termijn van twee maanden te hanteren. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt.
Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding van € 467,- voor proceskosten, omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde, en wordt het griffierecht van € 54,- aan haar vergoed. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.
Uitkomst: Het UWV moet binnen twee maanden alsnog beslissen op het verzoek om herbeoordeling en betaalt een dwangsom bij overschrijding.