ECLI:NL:RBMNE:2026:1702
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslistermijn herbeoordeling WIA-verzoek overschreden, dwangsom en proceskosten toegewezen
Eiseres, ASR Re-integratie B.V., heeft beroep ingesteld tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van een WIA-aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de aanvraag op 16 april 2025 ontving en de ingebrekestelling op 7 augustus 2025, waarna twee weken zijn verstreken zonder beslissing. Eiseres diende op 2 februari 2026 het beroep in. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen vier maanden na verzending van het vonnis moet beslissen, gelet op het tekort aan verzekeringsartsen en aansluitend bij eerdere jurisprudentie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €397 en een proceskostenvergoeding van €467 aan eiseres, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en het beperkte geschilpunt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier L. El Kabch op 19 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen binnen vier maanden alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.