ECLI:NL:RBMNE:2026:1696
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslistermijn en dwangsom bij niet tijdig beslissen op bezwaar WIA-uitkering
Eiseres diende op 1 juli 2025 een bezwaarschrift in tegen een besluit van het UWV omtrent haar WIA-uitkering. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, hetgeen onomstreden is. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 7 januari 2026 ontving en sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder besluit.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een beslissing moet nemen, mede gelet op de door verweerder aangevoerde omstandigheden zoals het tekort aan verzekeringsartsen. Tevens wordt een dwangsom vastgesteld van €1.442,- voor de reeds verstreken termijn van 42 dagen en een aanvullende dwangsom van €100,- per dag voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €54,- en een proceskostenvergoeding van €467,- aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het UWV moet binnen twee maanden een besluit nemen en een dwangsom betalen wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar.