Beoordeling door de rechtbank
De hersteloperatie toeslagen
5. Vanwege de toeslagenaffaire zijn verschillende herstelregelingen tot stand gekomen om gedupeerde ouders te compenseren voor fouten die zijn gemaakt bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag. De compensatie en tegemoetkoming worden door de Dienst toegekend. Het herstelproces wordt uitgevoerd door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), namens de Dienst.
6. De procedure bij de herstelregelingen houdt in dat een gedupeerde ouder zich meldt bij de UHT. Na de aanmelding doet de UHT de eerste (lichte) toets. In deze eerste toets wordt beoordeeld of iemand recht heeft op de € 30.000,- van de Catshuisregeling. Daarbij wordt bekeken of iemand aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag voldoet en of diegene ooit onterecht kinderopvangtoeslag moest terugbetalen of dat de kinderopvangtoeslag onterecht is stopgezet.
7. Na deze eerste toets kan in de integrale beoordeling worden bekeken of iemand recht heeft op een vergoeding op basis van de Compensatieregeling. Een toegekende vergoeding op basis van de Catshuisregeling hoeft daarbij in ieder geval niet te worden terugbetaald. Als ouders vinden dat hun schade met de uitkomst van de integrale beoordeling niet volledig is vergoed, dan kunnen zij nog een verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade doen.
8. Op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen kent de Dienst op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen of doordat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem werd toegepast.De compensatie wordt niet toegekend indien de door de aanvrager van een kinderopvangtoeslag geleden schade is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan hem toerekenbaar zijn.
9. Een aantal aspecten kunnen duiden op institutionele vooringenomenheid, waaronder: 1) collectieve stopzetting zonder een voorafgaande individuele beoordeling die dit rechtvaardigde, 2) het breed uitvragen van bewijsstukken over een of meerdere jaren, 3) zero-tolerance-onderzoek naar fouten, 4) het niet nader uitvragen van informatie bij gebleken tekortkomingen in de door de ouder verstrekte bewijsstukken en 5) het afwijzen of reduceren van de aanspraak op kinderopvangtoeslag bij de minste of geringste onregelmatigheid in de door de ouder verstrekte bewijsstukken. Ieder aspect afzonderlijk hoeft niet noodzakelijkerwijs te duiden op institutionele vooringenomenheid, maar het ontbreken van een van deze aspecten wijst niet direct op de afwezigheid daarvan. Er kunnen ook nog aanvullende aanwijzingen zijn van institutionele vooringenomenheid.
10. Een voorwaarde voor de toekenning van compensatie is dat de gedupeerde schade heeft geleden. Het kan hierbij zowel om materiële als om immateriële schade gaan. Als de institutionele vooringenomenheid heeft geleid tot een terugvordering van kinderopvangtoeslag of tot stopzetting van de voorschotverlening van kinderopvangtoeslag, wordt aangenomen dat sprake is geweest van schade.
Totstandkoming van het besluit
11. Eiseres heeft zich op 19 maart 2021 bij de Dienst gemeld als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagenaffaire en heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2005 t/m 2008.
12. De Dienst heeft vervolgens een ‘lichte toets’ uitgevoerd en met het besluit van
19 maart 2022 bepaald dat eiseres recht heeft op € 30.000,- van de Catshuisregeling. Daarna heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. In de integrale beoordeling heeft de Dienst vastgesteld dat eiseres gedupeerde is over de jaren 2005 en 2008 en een aanvullende compensatie van € 15.159,- aan eiseres toegekend.
Reikwijdte van het beroep
13. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. Het beroep is alleen gericht tegen de vaststelling dat eiseres geen gedupeerde is over het jaar 2007. Op de zitting heeft eiseres het verzoek om een O/GS tegemoetkomingingetrokken. Ook heeft eiseres op de zitting toegelicht dat zij geen beroep doet op het evenredigheids- en het motiveringsbeginsel, maar dat zij deze beginselen heeft aangevoerd ter inkleuring van het beroep op vooringenomen handelen door de Dienst.
14. De kinderopvangtoeslag is in 2007 automatisch gecontinueerd voor een bedrag van € 12.984,-, omdat de stopzetting van kinderopvangtoeslag in 2006 nog niet was verwerkt. Van het voorschotbedrag is een bedrag van € 10.820,- uitbetaald aan de kinderopvanginstelling. Op 23 oktober 2007 is de kinderopvangtoeslag neerwaarts gecorrigeerd naar € 35,- naar aanleiding van een telefoongesprek met de kinderopvanginstelling op 8 oktober 2007, waarbij een medewerker heeft verklaard dat eiseres geen kinderopvang heeft afgenomen. De kinderopvanginstelling heeft nadien nagenoeg het gehele bedrag aan kinderopvangtoeslag terugbetaald aan de Dienst. Het verschil tussen het bedrag dat is uitgekeerd aan de kinderopvanginstelling en de terugbetaling is voor een bedrag van € 423,- verrekend met de inkomensheffing en de zorgtoeslag van eiseres.
15. Op 24 juli 2009 heeft de Dienst aan eiseres een brief gestuurd met het verzoek om voor de periode 1 januari 2007 t/m 31 december 2007 de facturen en jaaropgaaf van de kinderopvang op te sturen. Ook heeft de Dienst op 23 maart 2010 opnieuw contact met de kinderopvanginstelling opgenomen, waarbij de kinderopvanginstelling heeft verklaard dat eiseres niet in het klantenbestand van 2007 voorkomt. De Dienst heeft ook de KOI-viewer geraadpleegd om te bezien of eiseres in 2007 kinderopvang heeft afgenomen. Dat is niet uit de KOI-viewer gebleken. Gelet hierop, en omdat eiseres niet heeft gereageerd op de brief van 24 juli 2009, heeft de Dienst de kinderopvangtoeslag op 4 mei 2010 op nihil vastgesteld.
Het standpunt van eiseres
16. Eiseres voert aan dat de Dienst vooringenomen heeft gehandeld, omdat het besluit van de Dienst om de kinderopvangtoeslag stop te zetten louter is gebaseerd op een telefoongesprek met de kinderopvanginstelling zonder dat uitvraag is gedaan bij eiseres. Eiseres had de gelegenheid moeten krijgen om aan te tonen dat zij wel kinderopvang heeft afgenomen, omdat de Dienst redelijkerwijs had moeten twijfelen aan de gegevens van de kinderopvanginstelling.
Het standpunt van de Dienst
17. De Dienst stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat de eerste neerwaartse bijstelling niet kwalificeert als een vooringenomen handeling, omdat de Dienst heeft mogen vertrouwen op de informatie van de kinderopvanginstelling. De Dienst verzoekt de rechtbank om het gebrek in het bestreden besluit op dit punt te passeren.Subsidiair stelt de Dienst zich op het standpunt dat als sprake is geweest van vooringenomenheid, eiseres niet in aanmerking komt voor compensatie omdat de geleden schade te wijten is aan ernstige onregelmatigheden die aan eiseres toerekenbaar zijn. Blijkens de Memorie van Toelichting is onder meer sprake van een ernstige onregelmatigheid als uit het dossier blijkt dat er evident geen recht is op kinderopvangtoeslag. Dat is bijvoorbeeld het geval als in het geheel geen opvang is genoten.Dat blijkt in het geval van eiseres uit de verklaring van de kinderopvanginstelling en haar eigen verklaring dat na juli 2006 geen gebruik meer is gemaakt van de kinderopvang.
18. De tweede bijstelling kwalificeert volgens de Dienst ook niet als een vooringenomen handeling, omdat de Dienst geen reden had om te twijfelen aan de informatie van de kinderopvanginstelling. Als vooringenomenheid moet worden aangenomen, dan stelt de Dienst zich op het standpunt dat eiseres geen recht heeft op compensatie, omdat eiseres geen schade heeft geleden. Het voorschotbedrag van € 35,- is immers nooit bij eiseres teruggevorderd. Meer subsidiair stelt de Dienst zich op het standpunt dat eiseres evident geen recht had op kinderopvangtoeslag. Hierbij betrekt de Dienst ook dat eiseres nooit bezwaar heeft gemaakt tegen de bijstellingen. Dat had volgens de Dienst wel voor de hand gelegen, omdat eiseres – als zij gebruik zou hebben gemaakt van de kinderopvang- zelf de kosten had moeten voldoen.
Het oordeel van de rechtbank
19. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de Dienst de aanvraag van eiseres om compensatie over 2007 afwijzen, omdat de Dienst terecht heeft vastgesteld dat geen sprake is geweest van vooringenomen handelen.
20. De hoogte van eiseres’ kinderopvangtoeslag is naar beneden bijgesteld naar aanleiding van informatie die is verstrekt door de kinderopvanginstelling. Uit rechtspraak volgt dat de Dienst in beginsel mag vertrouwen op informatie die is doorgegeven door de kinderopvanginstelling, tenzij sprake is van feiten en omstandigheden op grond waarvan de Dienst in redelijkheid had moeten twijfelen aan de juistheid van die gegevens.De rechtbank is met de stukken in het dossier en de toelichting ter zitting niet gebleken dat de Dienst had moeten twijfelen aan de informatie van de kinderopvanginstelling. De eerste neerwaartse bijstelling kwalificeert dus niet als een vooringenomen handeling. In tegenstelling tot het standpunt van de Dienst is in het bestreden besluit geen vooringenomenheid aangenomen, zodat van een motiveringsgebrek geen sprake is.
21. Ook voor de tweede neerwaartse bijstelling geldt dat de Dienst mocht uitgaan van de informatie van de kinderopvanginstelling, omdat de rechtbank geen aanknopingspunten heeft dat de Dienst in redelijkheid had moeten twijfelen aan de opvanggegevens van de kinderopvanginstelling. Ook is eiseres twee keer in de gelegenheid gesteld om facturen en de jaaropgaaf van 2007 te verstrekken om aan te tonen dat zij alsnog gebruik heeft gemaakt van kinderopvang. Hierop heeft eiseres niet gereageerd. Ook om deze reden is de rechtbank van vooringenomen handelen door de Dienst niet gebleken. Gelet hierop, slaagt de beroepsgrond niet.