Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. P. Jansen;
- de advocaten van de verdachte: mr. D. Schaddelee en S. Pouw (hierna: de verdediging);
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. P. Figge.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en/of maatregel
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
een gevangenisstrafvan
twaalf maanden;
- wijst de vordering van [slachtoffer]
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 10.114,- te betalen, bestaande uit € 114,- aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] op 1 juli 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van verhoor van de aangever [slachtoffer] als getuige bij de rechter-commissaris op 18 februari 2026, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
De getuige laat zijn litteken in de nek zien. [3]
De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 31 maart 2026, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Een brief van het verpleegkundig team Traumachirurgie van het UMC Utrecht van 1 juli 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Een deskundigenrapport, te weten de forensisch medische letselrapportage, opgesteld door T. Gelderman, forensisch arts en H. Stigter, forensisch arts en NRGD-geregistreerd rapporteur van het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO (LOEF) van 18 december 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan op de terechtzitting van 31 maart 2026, te weten: