Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1439

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
UTR 24/274
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbArt. 1a:1 WajongBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing Wajong-uitkering wegens ADA2-deficiëntie niet gegrond ondanks motiveringsgebrek

Eiseres heeft een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend die in 2012 werd afgewezen. Na een nieuwe diagnose ADA2-deficiëntie in 2020 vroeg zij opnieuw een Wajong-uitkering aan. Het UWV handhaafde het eerdere besluit omdat er geen nieuwe feiten of toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag waren.

De rechtbank benoemde een onafhankelijke internist-immunoloog als deskundige om de medische situatie te beoordelen. De deskundige concludeerde dat het niet mogelijk was om met zekerheid te zeggen dat eiseres in 2012 meer arbeidsongeschikt was dan destijds vastgesteld en dat de klachten in 2016 mogelijk niet aan ADA2-deficiëntie waren toe te schrijven.

Hoewel het besluit op bezwaar een motiveringsgebrek bevatte vanwege een onjuiste datum van eerste ziektedag, heeft het UWV dit hersteld met nieuwe rapporten. De rechtbank volgt het deskundigenrapport en oordeelt dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Het beroep is gegrond vanwege het motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitkomst: Het beroep is gegrond wegens motiveringsgebrek, maar eiseres krijgt geen Wajong-uitkering; het UWV moet griffierecht en proceskosten vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/274

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. L.C.J. Schrobbers),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: R. van den Brink).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres over een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres vindt dat zij daar recht op heeft, het Uwv vindt van niet. De rechtbank beoordeelt de zaak aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Toch is het beroep van eiseres gegrond, omdat het besluit op bezwaar een motiveringsgebrek bevat. Omdat het Uwv dit motiveringsgebrek heeft hersteld blijven de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar in stand. Dat betekent dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Hierna legt de rechtbank verder uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1993, heeft op 27 juni 2012 een aanvraag ingediend voor een Wajonguitkering. Naar aanleiding van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv met het besluit van 28 augustus 2012 medegedeeld dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering.
2.1.
Op 30 oktober 2022 heeft eiseres opnieuw een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend voor een Wajong-uitkering.
2.2.
Het Uwv heeft in het besluit van 2 februari 2023 (het primaire besluit) beslist dat de aanvraag van eiseres wordt opgevat als een verzoek om een andere beslissing te nemen op haar aanvraag van 27 juni 2012. Verder heeft het Uwv besloten dat bij het besluit van 28 augustus 2012 wordt gebleven, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn en er geen sprake is van toegenomen beperkingen ten gevolge van dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
2.3.
Met het besluit van 5 december 2023 heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
2.4.
De rechtbank heeft de zaak behandeld op de zitting van 5 juli 2024. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de broer van eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
2.5.
Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek heropend en dr. V.A.S.H. Dalm, internist-immunoloog, als onafhankelijke deskundige aangewezen voor het instellen van een onderzoek. Op 21 juli 2025 heeft de rechtbank een rapport ontvangen van deze deskundige.
2.6.
Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om op de rapportages te reageren. Het Uwv heeft in reactie op de deskundigenrapportages een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 augustus 2025 ingediend. Eiseres heeft op 15 september 2025 op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gereageerd.
2.7.
De rechtbank heeft partijen vervolgens gevraagd of zij gehoord wensen te worden op een tweede zitting. Nadat partijen niet hebben aangegeven een tweede zitting te wensen, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond
3. Eiseres is op [geboortedatum] 2011 achttien jaar geworden. Uit de medische informatie in het dossier komt naar voren dat eiseres sinds haar vijftiende klachten heeft aan haar maag en darmen. In 2016 is eiseres uitgevallen en kreeg zij een uitkering op grond van de Ziektewet. Door het Uwv is vastgesteld dat zij toen beperkingen had door bekken- en rugklachten. Eiseres was toen zwanger. Deze uitkering is in 2018 gestopt, omdat eiseres weer arbeidsgeschikt was volgens het Uwv. Bij eiseres is in 2020 de diagnose ADA2-deficiëntie gesteld. ADA2-deciëntie is een zeldzame erfelijke aandoening. Eiseres ervaart verschillende klachten, zoals recidiverende koorts, systematische ontstekingen en gewrichtsklachten. Het Uwv heeft op 22 februari 2023 een IVA-uitkering aan eiseres toegekend, met ingang van
24 september 2021. Vanaf dat moment is eiseres dus volledig en duurzaam arbeidsongeschikt.
Waar gaat deze zaak over?
4. Deze zaak gaat over de vraag of het Uwv alsnog een Wajong-uitkering aan eiseres moet toekennen per een eerdere datum, ook al is haar eerdere aanvraag van 27 juni 2012 afgewezen. Bij beantwoording van die vraag is het volgende relevant.
4.1.
Een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering moet na een eerdere (gedeeltelijke) afwijzing of intrekking van die uitkering naar zijn strekking worden beoordeeld. Met een aanvraag kan worden beoogd dat wordt teruggekomen van het eerdere besluit (voor het verleden) op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat bedoeld wordt een beroep te doen op een regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid (Wet Amber), of dat om herziening wordt verzocht voor de toekomst (duuraanspraak), waarin door een afwijzend besluit op een aanvraag in het verleden geen (doorlopende) rechtsbetrekking tussen partijen is ontstaan. [1]
4.2.
Het Uwv heeft de aanvraag van 30 oktober 2022 opgevat als:
  • i) een verzoek om terug te komen op het besluit van 28 augustus 2012 op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb (het verzoek om terug te komen op het besluit van
  • ii) een verzoek om betrokkene in aanmerking te brengen voor een Wajong-uitkering per 30 oktober 2022 vanwege toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak (het verzoek om een Amber-beoordeling).
Het verzoek om terug te komen op het besluit van 28 augustus 2012
5. Het Uwv kan terugkomen van het besluit van 28 augustus 2012 en alsnog een Wajong-uitkering aan eiseres toekennen vanaf de achttiende verjaardag als sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die ten tijde van het besluit nog niet bekend waren en die een nieuw licht werpen op de belastbaarheid van eiseres op die datum, waardoor eiseres achteraf gezien toch meer dan 25% arbeidsongeschikt was ten tijde van haar achttiende verjaardag.
5.1.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de diagnose ADA2-deficiëntie een nieuw feit is dat nog niet bekend was toen eiseres achttien was en voor de Wajong werd beoordeeld. Volgens het Uwv geeft dit echter geen aanleiding om alsnog een Wajong-uitkering toe te kennen vanaf de achttiende verjaardag, omdat uit de beschikbare informatie naar voren komt dat de uiting van die aandoening toen minder ernstig was. Eiseres is het hier niet mee eens.
Het verzoek om een Amber-beoordeling
6. Iemand die op zijn of haar achttiende verjaardag wel medische beperkingen als gevolg van ziekte had, maar toen niet in aanmerking kwam voor een Wajonguitkering, kan alsnog in aanmerking komen voor een Wajong-uitkering als vast komt te staan dat hij of zij binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en dit het gevolg is van dezelfde (ziekte)oorzaak als die ten grondslag lag aan de beperkingen die diegene had op de achttiende verjaardag. [2]
6.1.
Het Uwv stelt zich op het standpunt dat de klachten van eiseres zijn toegenomen in de vijf jaar na haar achttiende verjaardag, maar dat de arbeidsongeschiktheid in 2016 voortvloeit uit zwangerschap en dus niet dezelfde oorzaak heeft als de klachten die toen al bestonden, en dat de in 2019 toegenomen arbeidsongeschiktheid buiten de verzekerde periode valt. De klachten in de huidige aard en omvang waren volgens het Uwv niet
aanwezig toen eiseres achttien was en ook niet in de vijf jaar daarna.
6.2.
Eiseres stelt zich onder meer op het standpunt dat haar beperkingen binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag wel zijn toegenomen als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak als de beperkingen die zij had op haar achttiende verjaardag. Op haar achttiende verjaardag had eiseres naar nu blijkt al klachten als gevolg van ADA2-deficiëntie. Volgens eiseres heeft de zwangerschap in 2016 deze reeds bestaande klachten verergerd en dus is sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak, binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag.
6.3.
Partijen zijn dus verdeeld over het antwoord op de vraag of de belastbaarheid van eiseres op haar achttiende verjaardag juist is vastgesteld, in aanmerking genomen dat zij toen al leed aan ADA2-deficiëntie, en over het antwoord op de vraag of de klachten die eiseres in 2016 had en waardoor zij uitviel, het gevolg waren van de ziekte ADA2-deciciëntie, of werden veroorzaakt door zwangerschap.
Het oordeel van de rechtbank
7. Het Uwv heeft het besluit op bezwaar van 5 december 2023, met als gevolg dat eiseres niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering, gebaseerd op een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. [3] Dat mag als dit rapport aan een aantal eisen voldoet: het rapport moet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, het mag geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is.
7.1.
Het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoet niet aan de bovenstaande eisen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft namelijk bij de Amber-beoordeling geconcludeerd dat dit niet aan de orde is, omdat de eerste ziektedag in 2017 was en dit meer dan vijf jaar na eiseres haar achttiende verjaardag is. Dat klopt niet, eiseres heeft zich op 9 mei 2016 ziekgemeld. Dit betekent dat de conclusie dat eiseres niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering niet goed is onderbouwd en dat er een gebrek zit aan het besluit op bezwaar.
7.2.
Bij het verweerschrift heeft het Uwv twee nieuwe rapporten ingebracht, een rapport van de verzekeringsarts bezwaar [4] en beroep en een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep [5] . In het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep is wel een Amber-beoordeling gedaan. Ook is beoordeeld of eiseres op haar achttiende verjaardag arbeidsvermogen had. De conclusie blijft dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. De rechtbank moet beoordelen of het Uwv deze conclusie met de nieuwe rapporten wel goed heeft onderbouwd. Eiseres heeft geen beroepsgronden aangevoerd tegen de arbeidskundige beoordeling. Het gaat dus alleen om het nieuwe rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
7.3.
Zoals ook op de zitting besproken is ADA2-deficiëntie een zeldzame ziekte waar relatief weinig over bekend is. De rechtbank beschikt zelf ook niet over de benodigde medische kennis. Om toch een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen over de vraag of met de nieuwe rapporten van het Uwv is onderbouwd dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering, heeft de rechtbank een internist-immunoloog als deskundige benoemd. Deze deskundige heeft de rechtbank geadviseerd over de vraag of eiseres door ADA2-deficiëntie in 2012 meer beperkt was dan het Uwv destijds heeft vastgesteld en zo ja, of dit duurzaam was (in het kader van het verzoek om terug te komen op het besluit van 28 augustus 2012) en over de vraag of de klachten van eiseres in 2016 werden veroorzaakt door zwangerschap of door ADA2-deficiëntie (in het kader van de Amber-beoordeling).
7.4.
De deskundige heeft in juli 2025 een rapport opgesteld. Hij heeft allereerst opgemerkt dat het vrijwel onmogelijk is om iets over de belastbaarheid van eiseres dertien jaar geleden te zeggen. Verder concludeert hij over de situatie van eiseres in 2012 dat, op basis van de medische informatie in het dossier, er enige belastbaarheid ten aanzien van arbeid moet zijn geweest en dat de klachten in 2012 kunnen passen bij ADA2-deficiëntie maar dat er meerdere klachten uit die tijd ook aspecifiek kunnen zijn geweest. Daarbij merkt de deskundige op dat de meeste klinische klachten een voorbijgaand karakter zouden moeten hebben, gelet op de mogelijkheid van inzetten van behandelingen. Het is volgens de deskundige dan ook moeilijk te concluderen of de klachten in 2016 zijn toe te wijzen aan ADA2-deficiëntie.
7.5.
Eiseres en het Uwv hebben op dit rapport gereageerd. Het Uwv heeft een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingebracht [6] waarin staat dat er geen reden is om af te wijken van het eerder ingenomen standpunt. Volgens eiseres ondersteunt het rapport van de deskundige juist haar standpunt dat het arbeidsvermogen op haar achttiende verjaardag en ook in de periode van vijf jaar daarna ontbreekt.
7.6.
De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak [7] het uitgangspunt is dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke door haar ingeschakelde deskundige volgt als deze deskundige het standpunt inzichtelijk heeft gemotiveerd. De rechtbank overweegt dat het deskundigenrapport blijk geeft van een zorgvuldig onderzoek. De deskundige heeft eiseres gezien op een spreekuur en heeft dossierstudie verricht. Ook heeft hij zijn conclusie inzichtelijk en consistent gemotiveerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om de conclusie niet te volgen. De rechtbank is het verder met het Uwv eens dat de conclusie van de deskundige het standpunt van het Uwv, namelijk dat eiseres op haar achttiende verjaardag arbeidsvermogen had en dat er geen sprake is van toegenomen klachten uit dezelfde ziekteoorzaak, ondersteunt. Dat legt de rechtbank hierna uit.
7.7.
De conclusie van de deskundige geeft geen aanleiding voor het oordeel dat door de diagnose ADA2-deficiëntie sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die maken dat eiseres in 2012 wel recht had op een Wajong-uitkering. De deskundige concludeert alleen maar dat eiseres destijds enigszins belastbaar was, niet dat de beperkingen destijds zijn onderschat in het licht van de diagnose ADA2-deficiëntie. Over de klachten in 2016 zegt de deskundige dat het moeilijk is om te concluderen waar deze klachten aan toe te schrijven zijn. Het kan zijn dat de klachten in 2016 voortkwamen uit ADA2-deficiëntie, maar het is ook goed mogelijk dat de klachten daar niet aan gerelateerd zijn. De deskundige weet het dus niet. In het nieuwe rapport heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep uitgelegd dat de klachten (misselijkheid en bekkenklachten) door zwangerschap kwamen. De rechtbank vindt dat aannemelijk. Eiseres heeft daar ook niets tegen aangevoerd, behalve dat de deskundige haar standpunt dat wel sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid door ADA2-deficiëntie juist ondersteunt. Maar daar is de rechtbank het dus niet mee eens, de rechtbank leest de conclusie van de deskundige anders.
7.8.
Op basis van het nieuwe rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het Uwv terecht het standpunt ingenomen dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Er is geen sprake van nieuwe feiten en omstandigheden die maken dat moet worden teruggekomen op het besluit van 28 augustus 2012 en het is ook niet evident onredelijk dat het Uwv dat niet doet. Ook is er geen sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag vanuit dezelfde ziekteoorzaak.

Conclusie en gevolgen

8. Het besluit en bezwaar is gebrekkig, omdat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat daaraan ten grondslag is gelegd niet juist is. Het beroep is gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Omdat het Uwv met de nieuwe rapporten wel goed heeft onderbouwd dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering, kunnen de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar in stand blijven. Dit betekent dat eiseres nog steeds geen Wajong-uitkering krijgt.
8.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv wel het griffierecht vergoeden dat eiseres heeft betaald. Ook krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Het gaat om de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank stelt deze vergoeding vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). [8]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het besluit op bezwaar van 5 december 2023;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
  • bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 51,- moet vergoeden;
  • veroordeelt het Uwv tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026.
De griffier is verhinderd de
uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de CRvB van 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1.
2.Artikel 1a:1, tweede lid, van de Wajong.
3.Het rapport van 1 december 2023.
4.Het rapport van 12 april 2024.
5.Het rapport van 15 april 2024.
6.Het rapport van 4 augustus 2025.
7.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 21 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2456.
8.Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht.