Uitspraak
Op 4 februari 2026 is een bewoner van de Amersfoortse opvang voor alcoholverslaafde dak- en thuislozen in elkaar geslagen. De verdachte verbleef in dezelfde opvang en kwam bij de politie in beeld als verdachte. In het politiesysteem werd ook gezien dat de verdachte een uitgeprocedeerde asielzoeker is die een inreisverbod heeft en niet in Nederland mag zijn.
2.Zitting
3.Wat is de beschuldiging?
4.Kan de beschuldiging worden bewezen?
evidentniet voldoet aan het openbare-ordecriterium.
- De verdachte is door de strafrechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, vanwege het seksueel binnendringen van een minderjarig meisje dat in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, en een daarop volgende poging om haar te verkrachten, gepleegd in december 2019, vlak nadat de verblijfsvergunning van de verdachte was ingetrokken (ECLI:NL:GHARL:2022:5874).
- De verdachte is daarnaast eerder veroordeeld voor meerdere andere strafbare feiten die een inbreuk opleveren voor de openbare orde.
- De burgemeester van de verblijfplaats van de verdachte heeft in maart 2023 aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en aan de directeur-generaal van de IND laten weten dat de politie hem heeft gewaarschuwd dat de verdachte na zijn detentie een hoog risico vormde voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente, als overlastgevende en/of criminele asielzoeker. De burgemeester zag geen mogelijkheid om de verdachte in beeld te houden en de situatie enigszins beheersbaar te houden, waardoor een vergroot risico ontstond voor de inwoners.
5.Welke strafbare feiten levert dit op?
6.Is de verdachte strafbaar?
7.Wat is een passende straf?
opnieuwde fout in gaat, speelt in dit soort zaken minder. Het negeren van een inreisverbod is naar zijn aard immers een voortdurend delict: zolang iemand nog in Nederland is, pleegt hij dit misdrijf. Ook als diegene in de gevangenis zit. In een zaak over een inreisverbod moet een straf daarom verder vooral tot doel hebben dat iemand geprikkeld wordt om, na die straf, wél uit Nederland te vertrekken. En omdat het vanwege de situatie in veel herkomstlanden vaak aantrekkelijker is om als uitgeprocedeerde asielzoeker illegaal in Nederland te blijven dan om legaal naar dat land terug te keren, moet die prikkel zwaar genoeg zijn. Om die reden hanteren strafrechters relatief zware straffen bij het negeren van een inreisverbod: als uitgangspunt geldt een gevangenisstraf van 2 maanden.
8.Moet de verdachte de schade van de mishandeling vergoeden?
9.Moet de verdachte de eerdere voorwaardelijke taakstraf gaan uitvoeren?
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
een gevangenisstraf van 14 wekenmet aftrek van het voorarrest, overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 400;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2026 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 400,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2026 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering toe;
- gelast de tenuitvoerlegging van de door de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 13 november 2025 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 20 uur.
hij op of omstreeks 26 februari 2026 te Amersfoort, althans in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van een wettelijk voorschrift, te weten artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, tot ongewenst vreemdeling was verklaard OF terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (art. 197 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 4 februari 2026 te Amersfoort [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] meerdere keren, althans een keer te slaan en/of te stompen tegen het hoofd, althans het lichaam; (art. 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)