Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1071

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
25/5402
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Willemse
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswettenWet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-uitkering wegens beschikbaarheid basale werknemersvaardigheden

Eiseres diende op 7 maart 2025 een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015. Het UWV wees de aanvraag af omdat uit arbeidskundig onderzoek bleek dat eiseres over arbeidsvermogen beschikte, mede gebaseerd op haar eerdere werkervaring en opleiding. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij geen basale werknemersvaardigheden bezat, onder meer omdat haar zorgtaken voor haar ouders niet gelijkgesteld konden worden met het hebben van deze vaardigheden.

De rechtbank hanteerde het toetsingskader van de Wajong 2015, waarbij de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager ligt. De rechtbank overwoog dat basale werknemersvaardigheden noodzakelijk zijn om als werknemer te functioneren, waaronder het kunnen begrijpen, onthouden en uitvoeren van instructies en het nakomen van afspraken.

De arbeidsdeskundige stelde dat het niet aannemelijk was dat eiseres niet over deze vaardigheden beschikte, gezien haar mbo-opleiding niveau 1 en haar werkervaring bij thuiszorgorganisaties. De rechtbank volgde dit oordeel en achtte het niet aannemelijk dat eiseres tijdens de verzekerde periode niet beschikte over basale werknemersvaardigheden. Het psychodiagnostisch rapport uit 2025 was niet relevant voor de verzekerde periode.

Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bleef in stand. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Willemse op 16 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres beschikte over basale werknemersvaardigheden in de verzekerde periode.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5402

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.H.F. de Jong),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. W.A. Postma).

Inleiding

1. Op 7 maart 2025 heeft eiseres op 34-jarige leeftijd een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015 (Wajong).
1.1.
Met het besluit van 21 maart 2025 (primaire besluit) heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen. Volgens het Uwv is op basis van arbeidskundig onderzoek geconcludeerd dat eiseres evident over arbeidsvermogen beschikte vanwege haar eerdere werkervaring. Om die reden heeft het Uwv afgezien van een beoordeling door een verzekeringsarts. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
1.2.
Met het besluit van 5 augustus 2025 (bestreden besluit) heeft het Uwv zijn primaire besluit in stand gelaten en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en daartoe gronden ingediend. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen.

Het geschil

2. Deze zaak gaat over het afwijzen van een Wajong-uitkering. Eiseres vindt dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering en stelt dat zij geen arbeidsvermogen heeft omdat zij niet over basale werknemersvaardigheden beschikte. Het Uwv stelt dat zij wel over basale werknemersvaardigheden beschikte. De rechtbank moet aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht, beoordelen of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres in de periode van [geboortedatum] 2009 (de dag waarop eiseres achttien is geworden) tot en met [geboortedatum] 2014 (vijf jaar na de achttiende verjaardag van eiseres) (hierna: de verzekerde periode) geen arbeidsvermogen heeft omdat zij niet over basale werknemersvaardigheden beschikte.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De aanvraag waar deze zaak op ziet, is gedaan op 7 maart 2025. Op deze aanvraag is de Wajong 2015 van toepassing omdat eiseres na 1 januari 2015 haar aanvraag heeft ingediend. Omdat eiseres op [geboortedatum] 2009 achttien jaar oud is geworden en eiseres de aanvraag pas op haar vierendertigste heeft ingediend, is sprake van een zogenoemde laattijdige aanvraag. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in Wajong-zaken, ligt de bewijslast en dus ook het bewijsrisico bij een laattijdige Wajong-aanvraag bij de aanvrager. [1] Het is dus aan eiseres om haar standpunt met stukken te onderbouwen. Voor zover onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de gezondheidstoestand van eiseres op de van belang zijnde data en het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen, komen deze omstandigheden voor risico van eiseres.
3.1.
Op grond van de Wajong kan iemand alleen een Wajong-uitkering krijgen als hij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft. Om te beoordelen of eiseres arbeidsvermogen had, gelden vier cumulatieve criteria, namelijk: [2]
de mogelijkheid om een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie;
het beschikken over basale werknemersvaardigheden;
ten minste vier uur per dag belastbaar zijn of ten minste twee uur per dag het wettelijk minimumuurloon verdienen; en
ten minste een uur aaneengesloten werken zonder een wezenlijke onderbreking van het productieproces
Basale werknemersvaardigheden zijn vaardigheden waarover iemand altijd moet beschikken om als werknemer in een arbeidsorganisatie te kunnen functioneren. [3] Een werknemer die over basale werknemersvaardigheden beschikt, is:
- in staat instructies van een werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren;
- in staat afspraken met een werkgever na te komen.
Beschikte eiseres over basale werknemersvaardigheden?
Wat vindt eiseres?
4. Eiseres stelt dat zij niet beschikte over arbeidsvermogen omdat zij niet beschikte over basale werknemersvaardigheden. Zij stelt dat de zorgtaken die zij afgelopen 13 jaar heeft verricht voor haar ouders niet gelijkgesteld kunnen worden met het hebben van basale werknemersvaardigheden. Zij heeft namelijk volledige vrijheid gehad bij de uitvoering van de zorgtaken en zij heeft nooit instructies gekregen. Ook hoefde ze geen afspraken na te komen. Eiseres stelt dat daarmee niet wordt voldaan aan de invulling van het begrip van basale werknemersvaardigheden, waarin wordt vereist dat een werknemer instructies van de werkgever dient te kunnen begrijpen, onthouden en uitvoeren en voorts afspraken dient na te komen. Ook stelt eiseres dat uit de resultaten van een psychodiagnostisch onderzoeksverslag van GGZ centraal (gedateerd van 27 februari 2025) blijkt dat zij niet over arbeidsvermogen beschikte.
Wat vindt het Uwv?
4.1.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelt in zijn rapport van 10 juli 2025 dat het niet aannemelijk is dat eiseres niet over basale werknemersvaardigheden heeft beschikt. Eiseres heeft in het verleden met succes Mbo-onderwijs op niveau 1 gevolgd en is in dienst geweest bij verschillende thuiszorgorganisaties, te weten stichting [naam] , [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . Daaruit blijkt dat eiseres afspraken kan nakomen en opdrachten kan begrijpen, herinneren en uitvoeren. Daarnaast heeft eiseres 13 jaar lang intensief zorgtaken verricht voor haar vader en moeder voor ongeveer 20 uur per week vanuit een persoonsgebonden budget (PGB). Bij de zorgverlening is het niet aannemelijk is dat eiseres de zorg- en hulpvragen van haar ouders stelselmatig genegeerd zou hebben.
Wat vindt de rechtbank?
4.2.
De rechtbank overweegt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zich in principe mogen baseren op het arbeids- en opleidingsverleden van eiseres bij het vaststellen van arbeidsvermogen. Dit blijkt uit rechtspraak van de CRvB. [4]
4.3.
De rechtbank stelt vast dat eiseres in de verzekerde periode een Mbo-opleiding op niveau 1 heeft gevolgd en zorgtaken voor haar ouders heeft verricht vanuit een PGB voor gemiddeld 20 uur per week. Na de verzekerde periode is eiseres werkzaam geweest bij diverse thuiszorgorganisaties en heeft zij de zorgtaken voor haar ouders voortgezet. De rechtbank kan de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep volgen in zijn conclusie dat het niet aannemelijk is dat eiseres gedurende haar studie en haar werk bij de thuiszorgorganisaties niet in staat zou zijn geweest tot het begrijpen, onthouden en uitvoeren van instructies en het nakomen van afspraken. Ook bij de uitvoering van de zorgtaken bij haar ouders is niet aannemelijk dat eiseres de zorg- en hulpvragen van haar ouders niet zou hebben opgevolgd en dat er geen afspraken waren die eiseres hoefde na te komen. Uit het voorgaande volgt dat eiseres in de verzekerde periode heeft beschikt over basale werknemersvaardigheden.
De rechtbank overweegt dat de testresultaten van het psychodiagnostisch onderzoeksverslag van GGZ centraal niet aantonen dat eiseres niet heeft beschikt over basale werknemersvaardigheden. Het resultaat van dat onderzoek ziet op het moment waarop het onderzoek is uitgevoerd, wat in 2025 was. Het ziet niet op de periode waarin eiseres was verzekerd voor de Wajong. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Dat betekent dat het Uwv de aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering terecht heeft geweigerd omdat eiseres tussen haar achttiende en drieëntwintigste levensjaar over arbeidsvermogen beschikte. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Willemse, rechter, in aanwezigheid van J.M.J. Kooistra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2026.
De griffier is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1678.
2.Zie artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
3.In de nota van toelichting bij het met ingang van 1 januari 2015 gewijzigde Schattingsbesluit (Staatsblad 2014, 359 p. 5 e.v.) worden de in artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit genoemde vereisten toegelicht.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 10 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:114; 10 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3282 en van 2 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:865.