ECLI:NL:RBMNE:2026:1071
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Willemse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens beschikbaarheid basale werknemersvaardigheden
Eiseres diende op 7 maart 2025 een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015. Het UWV wees de aanvraag af omdat uit arbeidskundig onderzoek bleek dat eiseres over arbeidsvermogen beschikte, mede gebaseerd op haar eerdere werkervaring en opleiding. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij geen basale werknemersvaardigheden bezat, onder meer omdat haar zorgtaken voor haar ouders niet gelijkgesteld konden worden met het hebben van deze vaardigheden.
De rechtbank hanteerde het toetsingskader van de Wajong 2015, waarbij de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager ligt. De rechtbank overwoog dat basale werknemersvaardigheden noodzakelijk zijn om als werknemer te functioneren, waaronder het kunnen begrijpen, onthouden en uitvoeren van instructies en het nakomen van afspraken.
De arbeidsdeskundige stelde dat het niet aannemelijk was dat eiseres niet over deze vaardigheden beschikte, gezien haar mbo-opleiding niveau 1 en haar werkervaring bij thuiszorgorganisaties. De rechtbank volgde dit oordeel en achtte het niet aannemelijk dat eiseres tijdens de verzekerde periode niet beschikte over basale werknemersvaardigheden. Het psychodiagnostisch rapport uit 2025 was niet relevant voor de verzekerde periode.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bleef in stand. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Willemse op 16 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres beschikte over basale werknemersvaardigheden in de verzekerde periode.