ECLI:NL:RBMNE:2026:1070

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
24/1412
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.1 WhtArt. 9.1 Wht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering schuldovername op grond van Wet hersteloperatie toeslagen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Financiën om haar schuld bij Stichting KLM Personeelsfonds niet over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De schuld betrof privaatrechtelijke leningen die niet voldeden aan de voorwaarden voor overname zoals gesteld in artikel 4.1 van de Wht.

De rechtbank stelde vast dat de schuld niet in aanmerking kwam voor overname omdat de hoofdsom niet vanwege betalingsachterstanden opeisbaar was geworden, zoals vereist in de wet. Eiseres voerde aan dat toepassing van de hardheidsclausule (artikel 9.1 Wht) gerechtvaardigd was vanwege haar financiële situatie en persoonlijke omstandigheden.

De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concreet en met objectieve stukken had onderbouwd dat sprake was van een schrijnende en uitzonderlijke situatie die de hoge lat van de hardheidsclausule haalt. Het overzicht van inkomsten en uitgaven was niet met bewijsstukken gestaafd en toonde geen serieuze en structurele financiële nood.

De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het ongegrond. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het vonnis.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot weigering van schuldovername wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1412

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K.H. Zonneveld),
en

de minister van Financiën,

(gemachtigde: mr. H. Polat).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister om de schuld van eiseres bij Stichting KLM Personeelsfonds, handelend onder de naam Stichting Careforblue, niet over te nemen. Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister de schuldovername terecht heeft geweigerd.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de schuld terecht niet heeft overgenomen en dat het beroep op de hardheidsclausule niet slaagt. Eiseres krijgt daarom geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft op 23 januari 2024 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) bij Sociale Banken Nederland (SBN) een schuldenlijst ingediend, waarop twee nog openstaande privaatrechtelijke schulden zijn vermeld.
4. Bij besluit van 4 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft de minister besloten de schuld van eiseres bij Stichting KLM Personeelsfonds niet over te nemen.
5. Eiseres heeft tegen het primaire besluit op 19 november 2024 bezwaar gemaakt.
6. Met het bestreden besluit van 16 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij het primaire besluit gebleven en is het bezwaar ongegrond verklaard.
7. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
8. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

De schuld komt op grond van artikel 4.1 Wht niet in aanmerking voor overname
9. In artikel 4.1 van de Wht is geregeld wanneer private schulden overgenomen worden. In het vierde lid staat een aantal categorieën schulden opgesomd die niet worden overgenomen. Eén van die categorieën is de resterende hoofdsommen van leningen, tenzij die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden.
10. Op de zitting is gebleken dat tussen partijen niet (langer) in geschil is dat de schuld van eiseres op grond van het vierde lid van artikel 4.1 van de Wht niet voor overname in aanmerking komt. Partijen zijn het erover eens dat de schuld niet voldoet aan de in dat artikel gestelde voorwaarde dat de hoofdsom van de lening niet vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden.
11. Gelet hierop hoeft deze beroepsgrond niet meer inhoudelijk besproken te worden. De rechtbank stelt vast dat de minister de schuld op grond van artikel 4.1 van de Wht niet kon overnemen.
Het beroep op de hardheidsclausule slaagt niet
12. Op grond van artikel 9.1 van de Wht kan de minister afwijken van artikel 4.1 van de Wht voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat artikel 4.1 beoogt te beschermen, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat deze hardheidsclausule is bedoeld voor uitzonderlijke situaties waarin de wet geen ruimte biedt voor maatwerk, terwijl dit noodzakelijk is vanwege niet-voorziene, schrijnende omstandigheden. [1] De lat voor toepassing van de hardheidsclausule ligt dus hoog.
13. Degene die zich op de hardheidsclausule beroept, moet inzichtelijk maken waaruit de bijzondere of schrijnende omstandigheden bestaan en deze zo concreet mogelijk onderbouwen. Daarbij moet sprake zijn van actuele omstandigheden die samenhangen met (de gevolgen van) de weigering om de schuld over te nemen. Bij schrijnende omstandigheden kan worden gedacht aan serieuze en structurele financiële nood, ernstige medische problematiek of andere ontwrichtende persoonlijke omstandigheden. [2]
14. Eiseres heeft aangevoerd dat zij het krediet noodgedwongen en onder druk van haar werkgever is aangegaan om problematische schulden te kunnen voldoen die wel opeisbaar waren. Zij voert daarnaast aan dat zij gedurende langere tijd onder grote financiële druk heeft gestaan en dat zij door de aflossingen nauwelijks middelen overhield om van te leven. Zij heeft op de zitting toegelicht dat zij moeite had om rond te komen, soms geld moest lenen om boodschappen te doen en weinig ruimte had om een nieuwe start te maken. Ter onderbouwing heeft zij een overzicht van maandelijkse inkomsten en uitgaven overgelegd.
15. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee onvoldoende concreet en met objectieve stukken heeft onderbouwd dat sprake is van een actuele, uitzonderlijke en schrijnende situatie als bedoeld in artikel 9.1 van de Wht. Eiseres heeft de inkomsten en uitgaven die in het overzicht staan niet met stukken onderbouwd. Uit het overzicht wordt ook niet duidelijk dat sprake was of is van serieuze en structurele financiële nood. De gemachtigde van verweerder heeft terecht opgemerkt dat er op het overzicht ook uitgaven staan die niet strikt noodzakelijk zijn. Uit de stukken blijkt evenmin dat de gestelde omstandigheden rechtstreeks samenhangen met de weigering om de schuld over te nemen.
16. Dat eiseres gedurende een bepaalde periode in financiële moeilijkheden heeft verkeerd, is op zichzelf onvoldoende voor toepassing van de hardheidsclausule. Zoals de Afdeling heeft overwogen, is de schuldenaanpak in de Wht niet bedoeld om al het geleden financieel nadeel te compenseren. [3] Dat sommige ouders niet volledig worden geholpen, is inherent aan de gekozen systematiek. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat in haar geval sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard.
17. Eiseres heeft op de zitting aangeboden nadere stukken over te leggen als onderbouwing van haar overzicht met inkomsten en uitgaven. De rechtbank ziet geen aanleiding om het onderzoek daarvoor te heropenen. Uit wat door eiseres in het overzicht over haar financiële situatie is gesteld volgt namelijk niet dat sprake is van een situatie die de hoge drempel van artikel 9.1 van de Wht haalt. Een nadere onderbouwing van dat overzicht met financiële stukken kan daarom niet de doorslag geven.
18. Het beroep op de hardheidsclausule slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

19. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A. Gomes de Jorge, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2026.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie onder meer uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:456 en uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:628.
2.Zie de in voetnoot 1 genoemde uitspraken.
3.Zie de in voetnoot 1 genoemde uitspraken.