Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1068

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
25/5825
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Willemse
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:1 WajongArt. 1a:2 WajongArtikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswettenArtikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen

Eiser heeft op 4 september 2024 een aanvraag ingediend bij het UWV voor een beoordeling van zijn arbeidsvermogen in het kader van de Wajong. Het UWV heeft op 26 maart 2025 besloten dat eiser geen recht heeft op een Wajong-uitkering en verklaarde het bezwaar van eiser op 9 september 2025 ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.

De rechtbank heeft op 11 december 2025 de zaak behandeld en beoordeelde de medische rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Uit deze rapportages blijkt dat eiser nog mogelijkheden heeft om zijn arbeidsvermogen te ontwikkelen, ondanks zijn klachten zoals ernstige vermoeidheid, hoge hartslag bij inspanning, hersenmist en hoofdpijn. De verzekeringsarts gaf aan dat verdere diagnostiek en behandeling mogelijk zijn, wat kan leiden tot verbetering van de belastbaarheid.

De rechtbank oordeelt dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, omdat er nog perspectief is op verbetering. Eiser heeft geen nieuwe medische informatie aangeleverd die dit tegenspreekt. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van het UWV in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5825

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.L.A.M. Gadiot),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. C.W.P. van den Berg).

Inleiding

1.1.
Op 4 september 2024 heeft eiser bij het Uwv om een beoordeling van zijn arbeidsvermogen in het kader van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) aangevraagd.
1.2.
Met het besluit van 26 maart 2025 (het primaire besluit) heeft het Uwv bepaald dat eiser geen recht heeft op een Wajong-uitkering.
1.3.
Met het bestreden besluit van 9 september 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.4.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Uwv.

Wettelijk kader

2. Om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering moet vast komen staan dat eiser op zijn achttiende verjaardag duurzaam geen arbeidsvermogen heeft. [1] Van het ontbreken van arbeidsvermogen is sprake als eiser:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; of
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; of
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur. [2]
Deze criteria worden beoordeeld door een verzekeringsarts. De criteria onder a. en b. worden ook beoordeeld door een arbeidsdeskundige.
2.1.
Dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam moet zijn, betekent dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. [3] Hiervan is sprake als de betrokkenen geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en als herstel is uitgesloten. Het Uwv hoeft bij deze beoordeling niet te onderbouwen dat de betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Wel moet het Uwv aannemelijk maken dat er mogelijkheden zijn om zich zo te kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat arbeidsvermogen ontstaat. Het gaat dan om de mogelijkheden tot verbetering van de belastbaarheid, de verdere ontwikkeling en de toename van bekwaamheden. [4] Om de duurzaamheid goed te kunnen beoordelen is een stappenplan ontwikkeld dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen bij zo’n beoordeling moeten volgen.

Beoordeling door de rechtbank

Duurzaamheid ontbreken arbeidsvermogen
3. Eiser voert aan dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. Volgens hem geven de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een onjuist en onrealistisch beeld van zijn werkelijke medische beperkingen.
3.1.
Uit de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 10 juli 2025 volgt dat eiser arbeidsvermogen zou kunnen ontwikkelen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport opgenomen dat eiser in zijn dagelijks leven met name wordt beperkt door ernstige vermoeidheid, snel verlies van energie, een hoge hartslag bij inspanning, hersenmist, hoofdpijn en prikkelgevoeligheid. Hiervoor heeft eiser een medisch traject doorlopen waarbij een kinderarts, cardioloog en neuroloog betrokken zijn geweest. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt dat de klachten van eiser door een veelheid aan mogelijke diagnoses kunnen komen die momenteel niet uitgesloten worden of bevestigd zijn, zoals PEM, long covid, ADHD en depressieve klachten. Een diagnose is echter van belang voor de behandeling en prognose.
3.2.
Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn er nog mogelijkheden tot verbetering van de klachten van eiser. In zijn rapport stelt hij dat voor de inspanningsklachten van eiser geen inspanningstest is uitgevoerd. Daar kan een diagnose uitkomen waarna een gerichte en adequate behandeling kan worden ingezet. Ook stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat het energieniveau van eiser kan worden behandeld door de grens van de hartslagpacing te bepalen, waarna ook de PEM-klachten gerichter behandeld kunnen worden en het energieniveau van eiser kan toenemen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep sluit ook niet uit dat ADHD een rol speelt bij het aanvoelen van het energieniveau door eiser, waarna een adequate behandeling kan volgen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt vervolgens dat psychotherapie een bijdrage kan leveren aan hoe om te gaan met de bestaande belemmeringen van vermoeidheid. De hoofdpijn wordt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep al behandeld met medicijnen en kan verbeteren aan de hand van meer afwisselende activiteiten die door eiser kunnen worden verricht.
3.3.
In het rapport van 3 september 2025 geeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep aan dat ook hij van mening is dat eiser op termijn arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Er kan nog een verdere ontwikkeling van de algehele belastbaarheid plaatsvinden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelt dat dit met name zo is bij een afname van de forse energetische beperkingen en verwijst naar de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
3.4.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in hun rapporten voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat eiser nog mogelijkheden heeft om zijn belastbaarheid te verbeteren, zodat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft concreet toegelicht welke mogelijkheden er zijn om de belastbaarheid van eiser te verbeteren. Daarbij is specifiek ingegaan op de stoornissen en beperkingen van eiser en is met voorbeelden toegelicht welke medische verbeteringen voor eiser nog mogelijk zijn. Eiser heeft verder geen nieuwe medische informatie ingebracht waaruit blijkt dat de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een onjuist of onrealistisch beeld geven van de (medische) beperkingen van eiser. De beroepsgrond van eiser slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het besluit van het Uwv waarin de Wajong-uitkering werd geweigerd in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Willemse, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Simorangkir, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2026.
De griffier is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit de artikelen 1a:1 en 1a:2 van de Wajong.
2.Artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
3.Artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong.
4.Zie onder andere de uitspraak van de CRvB van 15 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:508 en van 6 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2324.