Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] ., uit [plaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.S. Vermeer, griffier.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft eiser, vertegenwoordigd door mr. D.A.N. Bartels MRE, beroep ingesteld tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, die het bezwaar van eiser tegen de opgelegde zuiveringsheffing niet-ontvankelijk had verklaard. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 1 december 2025 uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser had bezwaar gemaakt tegen de opgelegde heffingen voor verschillende onroerende zaken, maar het bezwaar werd afgewezen omdat het te laat zou zijn ingediend. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd, waarna het bezwaar alsnog ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat de heffingsambtenaar het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, maar dat de aanslag zelf terecht is opgelegd. Eiser heeft ook verzocht om schadevergoeding wegens een te lange procedure, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de redelijke termijn niet was overschreden. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser en het griffierecht te vergoeden.