ECLI:NL:RBMNE:2025:6786

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 november 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
UTR 24/8238
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster in het kader van de Wet WIA

In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 3 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen eiseres, een B.V. uit Almere, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De zaak betreft de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster die eerder werkzaam was voor 24,28 uur per week en zich op 16 januari 2020 ziekmeldde. Na een periode van ziekte ontving zij een uitkering op grond van de Ziektewet en later op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uwv heeft in een besluit van 13 november 2023 vastgesteld dat de (ex-)werkneemster volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is, wat door eiseres wordt betwist. Eiseres stelt dat de (ex-)werkneemster wel duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en heeft bezwaar gemaakt tegen de omzetting van de loongerelateerde WGA-uitkering naar een WGA-loonaanvullingsuitkering. De rechtbank heeft het beroep van eiseres ongegrond verklaard, omdat zij geen aanknopingspunten heeft gevonden om te twijfelen aan de medische beoordeling van het Uwv. De rechtbank concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de verzekeringsarts voldoende informatie heeft betrokken bij zijn beoordeling. Eiseres heeft geen concrete gronden aangevoerd tegen de arbeidskundige beoordeling, waardoor de rechtbank de conclusie van het Uwv heeft gevolgd dat er in de toekomst voldoende arbeidsmogelijkheden voor de (ex-)werkneemster kunnen ontstaan. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering door het Uwv bij besluiten over arbeidsongeschiktheid, vooral in werkgeversberoepen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8238

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: M. Foppen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: W.A. Postma).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[derde belanghebbende], uit [woonplaats] ,
(ex-)werkneemster
(gemachtigde: mr. B. van den Oever).

Inleiding

1. Deze zaak gaat over het besluit van het Uwv waarin de (ex-)werkneemster van eiseres volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is geacht. Eiseres is het hier niet mee eens, omdat zij vindt dat eiseres wel duurzaam volledig arbeidsongeschikt is.
Voorgeschiedenis en besluitvorming
1.1. (
Ex-)werkneemster was voorheen werkzaam als [functie] voor 24,28 uur per week. Zij heeft zich op 16 januari 2020 ziekgemeld en een uitkering op grond van de Ziektewet ontvangen. Vervolgens heeft zij na het doorlopen van de wachttijd vanaf 13 januari 2022 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ontvangen.
1.2.
Met het besluit van 13 november 2023 heeft het Uwv aan (ex-)werkneemster en eiseres medegedeeld dat de loongerelateerde WGA-uitkering per 13 januari 2024 wordt omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.3.
Het Uwv heeft het bezwaar ongegrond verklaard met het besluit van 19 november 2024 (het bestreden besluit).
1.4.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het Uwv deelgenomen. Eiseres en (ex-)werkneemster zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.
Overwegingen
2. ( Ex-)werkneemster heeft geen toestemming gegeven om haar medische informatie te delen met eiseres. Dit betekent dat de rechtbank de motivering van haar oordeel voor zover nodig én voor zover mogelijk zal beperken om te voorkomen dat die gegevens alsnog via deze uitspraak openbaar worden.
Beoordelingskader
3. In deze zaak gaat het om een werkgeversberoep. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat bij een werkgeversberoep de positie van de werkgever en de aard van betrokken belangen meebrengen dat het Uwv een besluit ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid zorgvuldig, goed onderbouwd en inzichtelijk moet motiveren. [1] Daarbij speelt mee dat werkgevers niet de mogelijkheid hebben om medische informatie in te brengen en dat een werkgever niet veel anders kan dan proberen aan te geven dat het onderzoek van het Uwv onvoldoende is geweest of dat de door het Uwv gegeven motivering het besluit niet kan dragen. [2]
4. De rechtbank overweegt verder dat volgens vaste rechtspraak van de CRvB [3] de verzekeringsarts zich een oordeel moet vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid. Hierbij moet de verzekeringsarts, uitgaande van de medische situatie op de relevante beoordelingsdatum, een inschatting maken van de herstelkansen, in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel in het eerste jaar na het ontstaan van het recht op uitkering en in de periode daarna, moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn. Als die inschatting berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde.
Beoordeling door de rechtbank
5. Eiseres voert aan dat de fysieke en psychische problematiek van (ex-)werkneemster niet dan wel onvoldoende is meegewogen in de medische beoordeling. De urenbeperking is volgens eiseres ten onrechte niet opgenomen in de fictieve functionele mogelijkhedenlijst (FML). Eiseres is van mening dat er wel sprake is van duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid. Volgens eiseres blijkt dat uit het feit dat er al voor een lange duur geen verbeteringen optreden, maar de toestand van (ex-)werkneemster juist verslechtert. Daarnaast heeft de beoordelend arts van de gemeente (ex-)werkneemster ook duurzaam beperkt geacht en geen verbetering verwacht.
6. De rechtbank ziet in de stellingen van eiseres, zonder nadere medische onderbouwing, geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling omtrent de beperkingen en de duurzaamheid daarvan en zal dat hierna toelichten.
7. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. (Ex-)werkneemster is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep op een fysiek spreekuur gezien. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat hij op de hoogte was van de door (ex-)werkneemster gestelde klachten en heeft de beschikbare medische informatie bij de beoordeling betrokken. Er zijn geen aanwijzingen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep informatie miste om tot een zorgvuldige beoordeling te komen.
8. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 29 januari 2024 inzichtelijk en eenduidig uiteengezet welke beperkingen voor (ex-)werkneemster worden aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een FML opgesteld met alle beperkingen en een zogenaamde fictieve FML met alleen de duurzaam te achten beperkingen waarbij de kans op herstel niet meer dan zeer gering is te achten.
9. Over de duurzaamheid heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegelicht dat de beperkingen ten aanzien van omgevingseisen en statisch/dynamisch handelen duurzaam zijn. Verder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd dat met de juiste regulatie van medicatie, verbetering van de fysieke gesteldheid en verbetering van de psychische gezondheid en training er zicht is op vermindering van haar klachten en beperkingen in het persoonlijk functioneren en de werktijden. De beperking ten aanzien van item 1.8.6 (werk zonder verhoogd persoonlijk risico) en de urenbeperking van zes uur per dag en 30 uur per week komen namelijk in dat geval te vervallen.
10. De rechtbank kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep volgen. Op basis van de fictieve FML heeft de arbeidskundige bezwaar en beroep vastgesteld dat er voor eiseres in de toekomst voldoende arbeidsmogelijkheden kunnen ontstaan en dat er dus geen sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid. Tegen de arbeidskundige beoordeling heeft eiseres geen concrete gronden gericht. Uitgaande van de juistheid van de medische beoordeling, ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de arbeidsdeskundige beoordeling onjuist is.
11. Dat de beoordelend arts van de gemeente (ex-)werkneemster, in verband met het toekennen van invalideparkeerkaart, duurzaam beperkt zou hebben geacht, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Een arts van de gemeente beoordeelt aan de hand van een andere regeling met een ander beoordelingskader dan dat van de Wet WIA. Uit de omstandigheid dat (ex-)werkneemster door de gemeente duurzaam beperkt wordt geacht, volgt niet dat zij in het kader van de Wet WIA duurzaam arbeidsongeschikt is, nog afgezien van het feit dat de rechtbank geen beschikking heeft over het rapport van deze beoordelend arts.

Conclusie en gevolgen

12. Gelet op voorgaande krijgt eiseres geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 6 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4292.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 17 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3969.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 20 september 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1764.