In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland op 19 december 2025, wordt het beroep van eiseres tegen de weigering van haar WIA-uitkering door het UWV behandeld. Eiseres, die gemiddeld 25,98 uur per week werkte, had zich op 17 september 2020 ziekgemeld en een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend. Het UWV weigerde deze aanvraag op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres was het niet eens met deze beslissing en voerde verschillende beroepsgronden aan. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht had besloten, en dat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld zonder tegenstrijdigheden. Eiseres had geen toestemming gegeven voor het delen van haar medische gegevens met een derde partij, wat de rechtbank in acht nam bij de beoordeling. De rechtbank concludeerde dat de geduide functies door het UWV passend waren en dat de beroepsgronden van eiseres niet slaagden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar bepaalde wel dat het UWV het door eiseres betaalde griffierecht moest vergoeden en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van medische onderbouwing in zaken van arbeidsongeschiktheid en de rol van het UWV in het vaststellen van arbeidsongeschiktheid.