ECLI:NL:CRVB:2018:2173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig UWV-onderzoek en arbeidsongeschiktheidspercentage in WIA-uitkering
Appellante, die zich wegens psychische klachten ziek meldde, kreeg een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80%. Na bezwaar en herbeoordeling door het UWV werd dit percentage vastgesteld op 43,28%, gebaseerd op een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een selectie van passende functies.
De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, waarbij medische informatie van behandelaars werd betrokken en dat appellante niet voldoende nieuwe medische gegevens had overgelegd om het oordeel te betwisten. Ook werd geoordeeld dat het bijduiden van functies in de beoordelingsfase is toegestaan en dat appellante niet gehoord hoefde te worden over de nieuwe functies.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat haar beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, stelde dat het onderzoek zorgvuldig was, de medische en arbeidskundige gronden voldoende waren gemotiveerd en dat het bijduiden van functies geen schending van de hoorplicht vormde.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, zonder aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.