Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , vennoot van [bedrijf] gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
[belanghebbende], uit [plaats] , belanghebbende
Rechtbank Midden-Nederland
Belanghebbende is sinds 8 februari 2021 ziek uitgevallen en heeft een WIA-uitkering aangevraagd na het verstrijken van de wachttijd. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat belanghebbende met passende functies 100% van haar oude loon kan verdienen. Eiseres, als bewindvoerder, maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank beoordeelde of het medisch onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig was en of de beperkingen juist waren vastgesteld. De rechtbank concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was, ook zonder lichamelijk onderzoek, en dat de medische rapporten logisch en consistent waren. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) bevatte passende beperkingen die zowel fysieke als psychische klachten weerspiegelen.
Eiseres stelde dat de belastbaarheid werd overschreden door de geselecteerde functies, maar de rechtbank vond dat deze functies binnen de beperkingen vielen zoals vastgelegd in de FML. Er was geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Omdat belanghebbende minder dan 35% arbeidsongeschikt is, heeft zij geen recht op een WIA-uitkering en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende minder dan 35% arbeidsongeschikt is.