ECLI:NL:RBMNE:2025:6639
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Midden-Nederland stelt beslistermijn vast na te late beslissing op WAJONG-bezwaarschrift
Eiser diende een bezwaarschrift in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omtrent WAJONG op 28 oktober 2024. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zeventien weken beslist, waarna eiser een ingebrekestelling stuurde op 8 mei 2025. Na het verstrijken van de ingebrekestellingstermijn stelde eiser beroep in bij de rechtbank op 18 oktober 2025.
De rechtbank oordeelt dat verweerder inderdaad te laat is met het nemen van een besluit en bepaalt dat verweerder alsnog binnen een nieuwe termijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak moet beslissen. Deze termijn is gebaseerd op de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de rechtbank Midden-Nederland.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €53 en een proceskostenvergoeding van €453,50 aan eiser, vanwege het inschakelen van juridische hulp bij het beroepschrift.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twee maanden een besluit te nemen. Hiermee wordt de rechtsbescherming van eiser gewaarborgd en wordt verweerder aangespoord om de beslissing alsnog binnen redelijke termijn te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een beslistermijn van vier maanden vast en legt een dwangsom op bij overschrijding.