ECLI:NL:RBMNE:2025:6399
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter onbevoegd bij intrekking briefadres zonder besluit in bestuursrechtelijke zin
Verzoeker was ingeschreven op een briefadres en diens bijstandsuitkering werd beëindigd. Naar aanleiding hiervan trok het college de toestemming voor het gebruik van het briefadres in. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking van het briefadres geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het geen zelfstandig rechtsgevolg heeft en niet leidt tot een verandering in rechten of plichten. De beëindiging van de bijstandsuitkering was het feitelijke moment waarop het gebruik van het briefadres werd beëindigd.
Omdat er geen besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt, is de voorzieningenrechter niet bevoegd om het verzoek inhoudelijk te beoordelen. De voorzieningenrechter wees erop dat verzoeker mogelijk in aanmerking kan komen voor een ander briefadres bedoeld voor dak- en thuislozen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich op 13 november 2025.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de intrekking van het briefadres.