ECLI:NL:RBMNE:2025:6357
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslistermijn overschreden bij bezwaar tegen UWV; dwangsom en proceskosten toegewezen
Eiser diende op 30 juli 2024 een bezwaarschrift in bij het UWV, dat niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat de ingebrekestelling op 22 april 2025 door het UWV is ontvangen en sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder beslissing.
De rechtbank oordeelt dat het UWV alsnog binnen een termijn van twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. De langere termijn wordt gerechtvaardigd door het tekort aan verzekeringsartsen, zoals door het UWV aangevoerd. Voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, moet het UWV een dwangsom van €100 betalen, met een maximum van €15.000.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend, aangezien hij een professionele gemachtigde inschakelde. Ook moet het UWV het door eiser betaalde griffierecht van €53 vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt het UWV op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: Het UWV moet binnen twee maanden alsnog beslissen op het bezwaar, met een dwangsom bij overschrijding en vergoeding van proceskosten aan eiser.