ECLI:NL:RBMNE:2025:3762
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde Wajong-aanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten en toename beperkingen
Eiser, sinds 2020 woonachtig in Nederland, diende in 2020 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering die in 2021 werd afgewezen wegens arbeidsvermogen. In 2023 vroeg eiser opnieuw een Wajong-uitkering aan, die het UWV als verzoek tot herziening van het eerdere besluit kwalificeerde en afwees. De rechtbank behandelde het beroep tegen deze afwijzing.
Eiser stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat er sprake was van nieuwe feiten en toegenomen beperkingen, onder meer door een ADD-diagnose en concentratieproblemen. Hij bracht diverse medische rapporten en verklaringen in, waaronder van De Hoop GGZ, Calder Werkt, een Italiaanse arts en een Talentscan van de gemeente Utrecht.
De rechtbank oordeelde dat het eerdere besluit van 2021 in rechte vaststaat en dat het UWV bij een herhaalde aanvraag alleen toetst of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het eerdere besluit onjuist maken. De rechtbank vond dat de ADD-diagnose en overige stukken geen nieuwe feiten vormden die tot een ander oordeel leiden. Ook was er geen sprake van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na eisers 18e verjaardag (Amber-beoordeling).
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht niet terugkwam op het eerdere besluit en dat eiser geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde Wajong-aanvraag is ongegrond verklaard en de eerdere afwijzing blijft in stand.