Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure
- de pleitnota van [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] .
2.De beoordeling
€ 178,00(plus eventueel de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers sloten in 2021 een kredietovereenkomst met RNHB voor de aankoop van een appartement, waarop RNHB een eerste hypotheekrecht kreeg. Na een executoriaal beslag van een derde partij en het overnemen van de executie door RNHB werd een veiling van het appartement aangekondigd. Eisers betoogden dat RNHB misbruik maakte van haar executierecht en vorderden tevens verwijdering van een BKR-registratie die herfinanciering van een ander pand zou belemmeren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eisers in verzuim zijn wegens niet-betaling van wettelijke rente en het niet verstrekken van vereiste informatie, waardoor RNHB gerechtigd is de lening onmiddellijk op te eisen en executie te verrichten. Het bericht dat het beslag van de derde partij zou worden opgeheven, maakte de executie door RNHB niet onrechtmatig. De vordering tot executieverbod werd daarom afgewezen.
Ten aanzien van de BKR-registratie werd geoordeeld dat deze terecht is geplaatst en handhaving ervan proportioneel en subsidiariteit in acht neemt. Eisers wilden de registratie verwijderen om herfinanciering mogelijk te maken, maar dit zou leiden tot het dichten van het ene gat met het andere, zonder bewijs van haalbaarheid. Ook de subsidiaire vordering tot herstelmelding werd afgewezen.
Eisers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van RNHB. Het vonnis werd op 27 januari 2025 gewezen door voorzieningenrechter S.H. Gaertman.
Uitkomst: De vorderingen tot executieverbod en verwijdering van de BKR-registratie worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.