Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister), verweerder
Inleiding
Het toetsingskader
Het geschil
De beoordeling door de rechtbank
dezeaanvraag waarop eiseres mocht vertrouwen. Van een toezegging is sprake bij uitlatingen en/of gedragingen van ambtenaren die bij eiseres redelijkerwijs de indruk wekken van een welbewuste standpuntbepaling van de minister over de manier waarop een bevoegdheid al dan niet zal worden uitgeoefend. [5] Daarvan is in dit geval geen sprake. Het feit dat eiseres over de eerste aanvraagperiode wel een subsidie heeft ontvangen, omdat de minister is uitgegaan van een groep en het omzetverlies van [bedrijf 2] heeft betrokken, houdt niet een welbewuste standpuntbepaling in waaraan eiseres een gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat zij deze subsidie ook voor een andere aanvraagperiode zal ontvangen. De minister moet iedere aanvraag opnieuw beoordelen op grond van de op dat moment bekende feiten en omstandigheden. Daarbij kan een inzicht ten aanzien van bepaalde feiten en omstandigheden ook veranderen met de tijd, zoals de minister dat ook op de tweede zitting heeft toegelicht. Dat eerder wel een subsidie is toegekend, betekent niet dat de minister in dit geval aan dat oordeel is gebonden. [6] De rechtbank ziet dus geen aanleiding voor het oordeel dat het vertrouwensbeginsel is geschonden.